ECLI:NL:RBDHA:2026:14181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 5 augustus 2024 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel. Inmiddels is deze aanvraag door eisers ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat hierdoor het procesbelang ontbreekt en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Ondanks de intrekking van de aanvraag en het ontbreken van procesbelang, veroordeelt de rechtbank de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten. Dit omdat de minister op 14 april 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en er ten tijde van het indienen van het beroepschrift sprake was van niet tijdig beslissen. De proceskosten worden vastgesteld op € 934.
Daarnaast moet de minister het door eisers betaalde griffierecht van € 194 vergoeden op grond van artikel 8:74, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt op 26 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de aanvraag, met veroordeling van de minister in proceskosten en griffierecht.