Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14181

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
AWB 25 10356
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:74 AwbArt. 2u Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 5 augustus 2024 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel. Inmiddels is deze aanvraag door eisers ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat hierdoor het procesbelang ontbreekt en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Ondanks de intrekking van de aanvraag en het ontbreken van procesbelang, veroordeelt de rechtbank de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten. Dit omdat de minister op 14 april 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en er ten tijde van het indienen van het beroepschrift sprake was van niet tijdig beslissen. De proceskosten worden vastgesteld op € 934.

Daarnaast moet de minister het door eisers betaalde griffierecht van € 194 vergoeden op grond van artikel 8:74, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt op 26 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de aanvraag, met veroordeling van de minister in proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/10356

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres 1] , eiseres 1, V-nummer: [V-nummer 1]

[eiser 1], eiser 1, V-nummer: [V-nummer 2]
[eiser 2], eiser 2, V-nummer: [V-nummer 3]
[eiseres 2], eiseres 2, V-nummer: [V-nummer 4]
[eiseres 3], eiseres 3, V-nummer: [V-nummer 5]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. M. Fouad Fattal),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eisers hebben op 8 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag van 5 augustus 2024 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel bij [persoon] .
In het besluit van 13 juni 2025 heeft verweerder eisers naar aanleiding van een reguliere verblijfsaanvraag van 26 mei 2025 in het bezit gesteld van een mvv in het kader van ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [eiser 1] ’.
Op 2 december 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eisers de aanvraag van 5 augustus 2024 hebben ingetrokken.
Eisers hebben desgevraagd meegedeeld het beroep te handhaven.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Een beroep kan alleen inhoudelijk worden behandeld als daarbij een procesbelang bestaat. Dat is het geval als de indiener met het beroep in een gunstigere positie kan geraken. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 5 augustus 2024, die inmiddels door hen is ingetrokken. Dit brengt mee dat geen procesbelang meer bestaat. Eisers hebben meegedeeld dat zij het beroep handhaven omdat de afgifte van een mvv is gebaseerd op een andere aanvraag met een ander juridisch kader. Dit laat echter onverlet dat geen belang meer bestaat bij het verkrijgen van een oordeel over de vraag of een beslistermijn bij een inmiddels ingetrokken aanvraag is overschreden. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Ook als een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan een veroordeling van verweerder in de proceskosten plaatsvinden. Daarvoor bestaat in dit geval aanleiding omdat verweerder op 14 april 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en ten tijde van het indienen van het beroepschrift sprake was van niet tijdig beslissen. [1] De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
3. Op grond van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb moet verweerder ook het door eisers betaalde griffierecht van € 194 vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten ter hoogte van € 934 (negenhonderdvierendertig euro);
 bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Gelet op het bepaalde in artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Ook is voldaan aan de vereisten van artikel 6:12 van Pro de Awb.