ECLI:NL:RBDHA:2026:1426

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
11177080 \ RL EXPL 24-11782
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 ESHArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid collectieve acties FNV bij PostNL in drukke feestdagenperiode

Deze zaak betreft de bodemprocedure over de rechtmatigheid van collectieve acties die FNV in november 2022 wilde organiseren bij PostNL tijdens de drukke Black Friday, Sinterklaas, Kerst en Nieuwjaar-periode. PostNL had in een kort geding randvoorwaarden opgelegd om de bezorging van rouwpost, medische post en medische pakketten te waarborgen. FNV stelde dat deze randvoorwaarden een te vergaande inbreuk op het stakingsrecht vormden en dat PostNL onjuiste informatie had verstrekt.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de acties binnen het collectief actierecht vielen en dat beperkingen daarop alleen gerechtvaardigd zijn als ze maatschappelijk dringend noodzakelijk zijn. De randvoorwaarden voor post en de aanzegtermijnen en algemene randvoorwaarden voor pakketten werden als noodzakelijk erkend, maar de aanvullende minimumbezettingspercentages voor pakketten niet. PostNL had onvoldoende onderbouwd dat deze percentages nodig waren om medische pakketten te blijven bezorgen.

Verder oordeelde de rechter dat PostNL haar waarheidsplicht tijdens het kort geding niet had geschonden, mede gezien de korte voorbereidingstijd en onzekerheden over de acties. De schadevergoedingsvorderingen van FNV werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De vorderingen tot een verbod op het verstrekken van onjuiste informatie werden eveneens afgewezen.

Uitkomst: De collectieve acties van FNV waren rechtmatig mits de randvoorwaarden voor post en pakketten werden nageleefd, maar de minimumbezettingspercentages voor pakketten waren niet noodzakelijk.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Gravenhage
PV/d
Zaaknummer: 11177080 \ RL EXPL 24-11782
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: FNV,
gemachtigden (thans): mr. R. Sauer en mr. A.M. Dielemans-Buiteman,
tegen

1.POSTNL PAKKETTEN BENELUX B.V.,

gevestigd in Hoofddorp,
2. KONINKLIJKE POSTNL B.V.,
gevestigd in Den Haag,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: PostNL,
gemachtigden (thans): mr. J.M. van Slooten, mr. P. Disseldorp en mr. F.E. Stewart.

1.Kern van de zaak

1.1.
Deze procedure gaat over de rechtmatigheid van collectieve acties die FNV in november 2022, tijdens Black Friday, Sinterklaas, Kerst en Nieuwjaar (de BSKNJ-periode), bij PostNL wilde organiseren. Partijen hebben hierover eerder een kortgedingprocedure gevoerd. PostNL vorderde in dat kort geding dat aan de door FNV te organiseren collectieve acties randvoorwaarden zouden worden verbonden. Dit vond zij nodig om de bezorging van rouwpost, medische post en medische pakketten te kunnen waarborgen. Bij vonnis van 22 november 2022 zijn deze randvoorwaarden door de rechter opgelegd.
1.2.
FNV is het niet eens met de opgelegde randvoorwaarden. Volgens haar vormen deze een te vergaande inbreuk op haar stakingsrecht. Daarnaast stelt FNV dat PostNL tijdens de kortgedingprocedure geen juist beeld heeft geschetst van haar logistieke proces en de mogelijkheden daarbinnen om de bezorging van rouwpost, medische post en medische pakketten bij acties te kunnen laten doorgaan. Volgens FNV moet PostNL de schade vergoeden die hieruit voor FNV is ontstaan.
1.3.
De kantonrechter oordeelt dat niet alle randvoorwaarden noodzakelijk waren. Ook oordeelt de kantonrechter dat PostNL tijdens het kort geding haar waarheidsplicht niet heeft geschonden.

2.Procedure

2.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding in de hoofdzaak en in het incident van 18 juni 2024 met producties 1 tot en met 37;
  • de conclusie van antwoord in het incident met producties 1 tot en met 7;
  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 22 november 2024 en de tijdens die zitting namens FNV overgelegde schriftelijke spreekaantekeningen;
  • het vonnis van 17 december 2024 in het incident;
  • de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties 1 tot en met 36;
  • de aanvullende productie 38 van FNV;
  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 10 oktober 2025 en de tijdens die zitting namens partijen overgelegde schriftelijke spreekaantekeningen.

3.Feiten

3.1.
PostNL is in 2022 in onderhandeling getreden met onder andere FNV over een nieuwe cao voor PostNL.
3.2.
Na het vastlopen van de onderhandelingen, heeft FNV PostNL bij brief van 14 november 2024 een ultimatum gesteld. FNV heeft daarbij aangekondigd dat bij het uitblijven van een akkoord op de in die brief genoemde eisen rekening zou moeten worden gehouden met door FNV uit te roepen en te organiseren collectieve acties, waaronder stakingen en werkonderbrekingen voor kortere of langere duur.
3.3.
PostNL heeft FNV bij brief van 17 november 2022 bericht dat zij niet tegemoet kan komen aan de eisen van FNV. PostNL heeft daarbij aangegeven dat de organisatie van collectieve acties in de BSKNJ-periode (14 november 2022 tot en met 6 januari 2023) PostNL in het hart zou raken, omdat dit traditioneel de drukste periode is waarin de meeste omzet wordt behaald. Stakingen en werkonderbrekingen zouden ervoor kunnen zorgen dat klanten het vertrouwen in PostNL dat hun post en pakketten op tijd voor de feestdagen worden bezorgd verliezen. Zowel de belangen van PostNL als die van derden zouden door dergelijke acties ernstig kunnen worden geschaad, aldus nog steeds PostNL.
3.4.
FNV heeft in een ongedateerd bericht aan haar leden laten weten dat zij verschillende verrassingsacties bij PostNL voorbereidt op verschillende plekken in het land en dat op vrijdag 25 november 2022 (Black Friday) om 4:00 uur een 36-uursstaking van start gaat die duurt tot zaterdag 26 november 2022 om 16:00 uur. FNV heeft deze acties niet aangekondigd richting PostNL.
3.5.
PostNL en FNV hebben op 17 november 2022 een veiligheidsoverleg gevoerd. Tijdens dit overleg zijn de veiligheidskaders besproken die tijdens collectieve acties in acht moeten worden genomen. PostNL heeft daarbij benadrukt dat het cruciaal is dat medische post, rouwpost en medische pakketten kunnen worden blijven gecollecteerd, gesorteerd en bezorgd. FNV heeft laten weten bereid te zijn hieraan mee te werken. FNV heeft tijdens het overleg verder laten weten een aanzegtermijn te hanteren die gelijk zou zijn aan de duur van de actie.
3.6.
FNV heeft op vrijdagmiddag 18 november 2022 een veiligheidsplan aan PostNL gestuurd. In de begeleidende brief heeft FNV bevestigd dat zij een aanzegtermijn zal hanteren die gelijk is aan de duur van de actie, met een maximum van 48 uur, en dat zij bereid is om de rouwpost en medische zendingen buiten de collectieve acties te houden. FNV heeft PostNL daarbij wel erop gewezen dat het haar verantwoordelijkheid als werkgever is om maatregelen te treffen om de tijdige verwerking van medische post en rouwpost te waarborgen.
3.7.
FNV heeft op vrijdagavond 18 november 2022 schriftelijk aan PostNL bericht dat op dinsdag 22 november 2022 vanaf 6:00 uur tot woensdag 23 november 2022 6:00 uur een staking zal plaatsvinden in de regio Zuid-Oost.
3.8.
PostNL heeft op 19 november 2022 een brief gestuurd aan FNV, waarin PostNL ‘randvoorwaarden’ heeft gedeeld. Deze randvoorwaarden zijn onderverdeeld in drie onderdelen:
randvoorwaarden voor de postbezorging (Mail);
randvoorwaarden voor pakkettenbezorging (Pakketten);
algemene randvoorwaarden voor zowel Mail als Pakketten.
PostNL heeft daarbij aangegeven dat gelet op de bescherming van derden en in het bijzonder kwetsbare groepen beperkingen moeten worden gesteld aan het recht op collectieve actie. Volgens PostNL waarborgen de door haar voorgestelde randvoorwaarden dat processen die cruciaal zijn voor de bezorging van rouwpost, medische post en medische pakketten doorgang blijven vinden gedurende de voorgenomen collectieve acties. PostNL heeft FNV in de brief gevraagd uiterlijk op 20 november 2022 voor 18:00 uur te bevestigen dat zij de randvoorwaarden in acht zou nemen, met het bericht dat bij het uitblijven van een bevestiging PostNL een kort geding zou starten
3.9.
PostNL en FNV hebben op 20 november 2022 om 16:00 uur een tweede veiligheidsoverleg gevoerd. Tijdens dit overleg heeft PostNL een toelichting gegeven op de randvoorwaarden. FNV heeft aangegeven bereid te zijn om de in de randvoorwaarden genoemde aanzegtermijn in acht te nemen. Voor het overige heeft FNV niet ingestemd met de randvoorwaarden.
3.10.
PostNL heeft FNV op 20 november 2022 in kort geding gedagvaard. PostNL vorderde (primair) – kort gezegd – om FNV te verbieden om gedurende de BSKNJ-periode enige vorm van collectieve actie te organiseren in strijd met de randvoorwaarden. De mondelinge behandeling van het kort geding vond plaats op 21 november 2022. Voorafgaand aan de behandeling heeft PostNL bij eiswijziging de definitieve door haar voorgestelde randvoorwaarden overgelegd.
3.11.
Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden om PostNL en FNV in de gelegenheid te stellen verder over de voorgenomen acties en de randvoorwaarden te overleggen. Daarbij heeft FNV toegezegd dat de eerder aangekondigde werkonderbreking in de regio Zuid-Oost niet zal doorgaan.
3.12.
Na aanhouding van de procedure heeft op 22 november 2022 een derde veiligheidsoverleg plaatsgevonden. Tijdens dit derde overleg heeft PostNL opnieuw een toelichting gegeven op de (aangepaste) randvoorwaarden. Na afloop van dit overleg heeft FNV ingestemd met de randvoorwaarden Mail (1.) en de algemene randvoorwaarden (3.). FNV heeft niet ingestemd met de randvoorwaarden Pakketten. De mondelinge behandeling is vervolgens nog diezelfde dag voortgezet.
3.13.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter vonnis gewezen. [1]
3.13.1.
In het (uitgewerkte) vonnis heeft de voorzieningenrechter de toepasselijkheid van de randvoorwaarden Mail en de algemene randvoorwaarden zonder inhoudelijke beoordeling toegewezen, omdat FNV daarmee alsnog had ingestemd.
3.13.2.
Ten aanzien van de randvoorwaarden Pakketten heeft de voorzieningenrechter onder andere – zakelijk weergegeven – overwogen dat hij aannemelijk achtte dat PostNL in de BSKNJ-periode van topdrukte werkt met een piekbezetting, dat planningen voor het zo ordelijk mogelijke verloop van alle processen in deze periode ruim van tevoren gemaakt waren en dat PostNL met één proces werkt, waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen medische en niet-medische pakketten. Ook achtte de voorzieningenrechter voorshands aannemelijk dat het voor PostNL niet meer mogelijk was om tijdig voor de BSKNJ-periode de pakketstromen alsnog te scheiden. Ook is de voorzieningenrechter er, zoals door PostNL aangevoerd en door FNV onvoldoende weersproken, van uitgegaan dat de klanten van PostNL – in het bijzonder grote postorderbedrijven – en hun bedrijfsgebouwen niet berekend waren op de opslag van de enorme hoeveelheden (niet-medische) pakketten die in deze periode worden verzonden. Daardoor konden onveilige situaties ontstaan, terwijl om dezelfde redenen niet zonder meer uitgeweken kon worden naar opslaglocaties van PostNL als alternatief. Daarom was de inperking van het stakingsrecht maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk om de onbelemmerde en tijdige bezorging van medische pakketten te waarborgen, aldus de overwegingen van de voorzieningenrechter.
3.13.3.
De voorzieningenrechter heeft de (primaire) vordering van PostNL toegewezen en FNV veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 1.692,-. In het dictum van het vonnis zijn de volgende door FNV in acht te nemen randvoorwaarden en procesafspraken opgenomen:

1.Randvoorwaarden Mail

Welke poststromen moeten doorgang vinden?
  • Tijdige collectie, verwerking en bezorging van Medische zendingen en Rouwpost moet veilig worden gesteld
  • Braillezendingen
Relevante processen

1. Collectie van kritische stromen (uitvoering door Vervoer):

  • Volledige lichting van brievenbussen
  • Afhalen volledige mailproducten bij Retailers (zgn sluitrit retail)
  • Afhalen trombosedienst en overige medische instellingen

2. Aanname, splitsing en doorvoer van kritische stromen:

  • Minimaal 20% van standaardbezetting per locatie bij Collectie Mail Operations,
  • Minimaal 1 tijd kritische rit van Collectielocatie naar Scb (voor afvoer van buslichting (spoed-medisch en rouwpost) en Reatilpost (rouwpost)
  • Minimaal 10% van standaardbezetting per locatie bij Businessbalies Mail Operations
  • Minimaal 50% van standaardbezetting per locatie bij het Sosma-proces

3. Sorteren en verbijzonderen van kritische stromen:

  • Bezetting voor minimaal 2 sorteermachines klein (SMK) tijdens avond- en nachtproces, per sorteercentrum brieven
  • Bezetting voor minimaal 1 sorteermachine extra (SMX) tijdens avond- en nachtproces, per sorteercentrum brieven
  • Minimaal 25% van standaardbezetting sorteermachine Overig (SMO) tijdens avond en nachtproces per sorteercentrum brieven
  • Minimaal 10% van standaardbezetting handcoderen tijdens avond en nachtproces
  • Minimaal 1 tijd kritische vervoersslag voor uitwisseling van kritische stromen tussen de sorteercentra brieven
  • Minimaal 1 medewerker slagboombediening tijdens avond en nacht per sorteercentrum
  • Minimaal 1 lorry-rijder (Intern Transport) tijdens avond en nacht proces per sorteercentrum
  • Minimaal 1 monteur Technische Dienst tijdens avond en nacht-proces per sorteercentrum

4. Voorbereiding en Bezorging van kritische stromen

  • Tijd kritische rit van sorteercentra naar Voorbereidingslocatie voor aanvoer van kritische stromen (1 rit per Voorbereidingslocatie)
  • Minimaal 10% van standaardbezetting per Voorbereidingslocatie
  • Tijd kritische rit van Voorbereidingslocatie naar Bezorgdepot (1 rit per Bezorgdepot)
  • Tijd kritische rit van Voorbereidingslocatie naar Medische instelling
  • Minimaal 20% van standaardbezetting per Bezorglocatie.
Aanzegtermijnen
  • Aanzegging minimaal 24 uur voorafgaand aan staking/werkonderbreking van 15 minuten en langer
  • Voor acties korter dan 15 minuten aanzegging van minimaal 2 uur
PROCESAFSPRAKEN MAIL
Stap 1: FNV dient acties tijdig, met inachtneming van bovenstaande aanzegtermijn, aan te zeggen. FNV dient aan te zeggen op welke locaties er wordt gestaakt, bij welke processen, op welk moment en voor hoe lang.
Stap 2: PostNL levert op basis van aanzegging minimaal 8 uur voor start staking de lijst met het minimumaantal vereiste medewerkers per locatie en proces aan bij FNV.
Stap 3: PostNL en FNV controleren tezamen (minimaal één aangewezen persoon per locatie) de bezetting per locatie. FNV garandeert de minimumbezetting door waar nodig werknemers aan te wijzen.

2.Randvoorwaarden Pakketten

Welke pakketstromen moeten doorgang vinden?

Farma (medisch)
Relevante processen
  • Tijdige collectie, transport (inter), sortering en bezorging van medische zendingen moet veilig worden gesteld
  • Tot 4 december 2022 minimaal 90% en nadien minimaal 85% van de totale piekbezetting (EP en contracting medewerkers) per locatie depot sorteerproces/ crossdock /externe pakketten locaties (opslaglocaties)
  • Tot 4 december 2022 minimaal 90% en nadien minimaal 85% van de EP (= eigen personeel) piekbezetting bij transport (van klant naar depot, tussen depots en anderszins)
  • Tot 4 december minimaal 70% en nadien minimaal 60% van de EP (= eigen personeel) piekbezetting per locatie bij depot distributieproces (bezorging)
Aanzegtermijnen
  • Bij staking/werkonderbreking van 15 minuten en langer: 48 uur
  • Bij staking/werkonderbreking korter dan 15 minuten: 24 uur
  • Bij staking/werkonderbreking van 15 minuten en langer tussen 13:00 en 16:00: 24 uur
PROCESAFSPRAKEN PAKKETTEN
Stap 1: FNV dient acties tijdig, met inachtneming van bovenstaande aanzegtermijn, aan te zeggen. FNV dient aan te zeggen in welke regio/postcodegebieden er wordt gestaakt, bij welke processen, op welk moment en voor hoe lang.
Stap 2: PostNL levert op basis van aanzegging minimaal 24 uur voor start staking de lijst met het minimumaantal vereiste medewerkers per locatie en proces aan bij FNV (NB: 8 uur van tevoren bij staking van korter dan 15 minuten of langer dan 15 minuten tussen 13:00 en 16:00).
Stap 3: PostNL en FNV controleren tezamen (minimaal één aangewezen persoon per locatie) de bezetting per locatie. FNV garandeert de minimumbezetting door waar nodig werknemers aan te wijzen.

3.Algemene randvoorwaarden voor Mail en Pakketten

  • Geen blokkade van Collectie- Sorteer-, Voorbereidings- en Bezorglocaties
  • Geen blokkade van Vervoer (Transport en Tijdgebonden Netwerk)
  • Niet hinderen en/of intimideren van werkwillenden. Noch bij het bewegen naar en van werklocatie en werkplek, noch bij het uitvoeren van werkzaamheden
  • Stakers blijven buiten het terrein van PostNL. Wanneer dat i.v.m. verkeerssituatie niet veilig is, dan op een door PostNL aan te wijzen veilige plek op het terrein
  • Onbelemmerde toegang tot gebouwen voor iedereen
  • Minimum aantal BHV’ers en andere soortgelijke functies
  • Voldoende leiding en toezicht aanwezig op locaties om veiligheid te kunnen waarborgen
  • Minimaal 1 Technisch Operatis of Proces Expert per sorteerproces
  • Minimaal 1 BHV’er tijdens avond- en nachtproces
3.14.
FNV heeft na het vonnis geen van de voorgenomen collectieve acties georganiseerd.

4.Geschil

4.1.
FNV vordert om (verkort en anders weergegeven):
primair
I. te verklaren voor recht dat:
  • de door FNV bij brief van 14 november 2022 uitgeroepen en aangezegde collectieve actie rechtmatig was en dat FNV mocht overgaan tot het voeren van deze actie zonder inachtneming van de beperkingen als vermeld in de randvoorwaarden;
  • van FNV ten aanzien van de Procesafspraken Mail en de Procesafspraken Pakketten, verwoord onder stap 3, geen garantie kan worden gevergd wat betreft de gewenste minimum personeelsbezetting;
II. PostNL te veroordelen tot betaling van (1) een schadevergoeding, nader op te maken bij staat, (2) een schadevergoeding van € 25.000,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, en (3) een schadevergoeding van € 1.692,-:
III. een verbod op het verstrekken van onjuiste informatie door PostNL in een eventuele gerechtelijke procedure, met oplegging van een dwangsom;
subsidiair
IV. te beslissen dat de beperkingen die PostNL met haar randvoorwaarden aan FNV heeft opgelegd te verstrekkend zijn, althans te beslissen welke van deze randvoorwaarden noodzakelijk en toegestaan zijn;
V. te verklaren voor recht dat van FNV ten aanzien van de Procesafspraken Mail en de Procesafspraken Pakketten, verwoord onder stap 3, geen garantie kan worden gevergd wat betreft de gewenste minimum personeelsbezetting;
primair en subsidiair
VI. PostNL te veroordelen in de proceskosten, eventueel vermeerderd met wettelijke rente.
4.2.
FNV heeft als basis voor haar vordering het volgende uiteengezet.
4.2.1.
De acties die FNV bij PostNL in november 2022 wilde organiseren, vielen onder de reikwijdte van het collectieve actierecht en hadden door PostNL geduld moeten worden.
4.2.2.
PostNL heeft in het kort geding onjuiste en/of onvolledige informatie verstrekt. Zij heeft onvoldoende duidelijk gemaakt dat er voor de bezorging van rouwpost en medische post speciale verwerkingsprocessen bestaan; deze post dient gescheiden te worden aangeleverd en hoeft daarom niet uit het verwerkingsproces te worden gehaald en medische post kan bovendien eventueel eenvoudig worden gefilterd. Ook heeft PostNL niet vermeld dat zij toen al beschikte over een speciaal netwerk voor de bezorging van medische pakketten (Pharma & Care) en dat medische pakketten die niet via dit netwerk worden verstuurd voorafgaand aan het sorteerproces gescheiden kunnen worden. Daarnaast is gebleken dat, anders dan PostNL heeft doen voorkomen, er geen noodzaak was om (sommige) medische pakketten binnen één dag te bezorgen, er geen bezorggarantie gold, er voldoende uitwijkmogelijkheden en bezorgalternatieven zouden zijn geweest om medische pakketten alsnog te krijgen, en er ook geen sprake zou zijn geweest van gevaarzetting bij de distributie van derden of op/rondom locaties van PostNL. PostNL heeft de tijdens het kort geding genoemde aantallen medische aanbieders en pakketten ook onvoldoende onderbouwd. PostNL heeft verder ten onrechte gesteld dat zij een essentiële dienst verricht, verzuimd te vermelden dat zij beschikt over noodplannen voor verstoringen als stakingen, en onvoldoende onderbouwd welke schade zij zou lijden als de voorgenomen acties zonder inachtneming van de randvoorwaarden waren doorgegaan. Als PostNL eerlijk was geweest, zouden de randvoorwaarden niet zijn opgelegd. Oplegging van die randvoorwaarden heeft geleid tot minder onderhandelingsresultaat voor zowel FNV als haar leden, vergeefs gemaakte kosten voor de organisatie van de staking en kosten voor het behouden van leden. De schade hieruit moet worden vastgesteld in een schadestaatprocedure. Daarnaast heeft FNV schade geleden door verlies van vertrouwen en prestige bij haar leden, afname in wervingskracht voor nieuwe leden en het dreigende verlies van bestaande leden. Deze schade wordt begroot op € 25.000,-. Verder is FNV onterecht veroordeeld in de proceskosten van het kort geding, wat heeft geleid tot een schade van € 1.692,-.
4.2.3.
Voor het geval dat wordt geoordeeld dat de voorgenomen stakingen niet rechtmatig waren of mochten worden beperkt, geldt subsidiair dat de door PostNL vastgestelde randvoorwaarden, zowel als geheel als afzonderlijk, te verstrekkend zijn.
4.2.4.
FNV kan in ieder geval niet worden verplicht om een minimum personeelsbezetting te garanderen. Iedere werknemer heeft het recht om te staken. FNV kan geen werknemers (inclusief niet-leden) aanwijzen of verplichten om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Indien een minimum personeelsbezetting toch vereist zou zijn, zijn de garanties die PostNL eist niet noodzakelijk voor het voortzetten van de minimaal benodigde werkzaamheden.
4.3.
PostNL concludeert tot afwijzing van de vorderingen van FNV, met veroordeling van FNV in de proceskosten, eventueel vermeerderd met wettelijke rente.
4.3.1.
PostNL stelt dat een beperking van de door FNV voorgenomen acties maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk was om disproportionele gevolgen voor PostNL en een groot aantal derden te voorkomen. De randvoorwaarden waren nodig om de verwerking en bezorging van medische post, rouwpost en medische pakketten te borgen en om te voorkomen dat bij PostNL en haar klanten grote logistieke en mogelijk veiligheidsproblemen zouden ontstaan. Tijdens de BSKNJ-periode draait het logistieke proces op volle capaciteit. Er zijn dan geen uitwijkmogelijkheden en het is ook niet mogelijk om voorraden weg te werken. Het niet ophalen van pakketten in deze periode zou leiden tot veiligheidsproblemen en financiële problemen. Klanten kunnen deze pakketten niet elders onderbrengen en het is niet mogelijk om in deze periode op zo’n korte termijn een andere vervoerder te vinden. Hierdoor blijven pakketten staan en ontstaat er een snelle ophoping, met aanzienlijke risico’s, chaos en schade tot gevolg, zowel voor PostNL als voor haar klanten. Het is bovendien praktisch onmogelijk om het logistieke proces binnen de aanzegtermijn die FNV in acht wilde nemen zo aan te passen dat tijdens dit proces medische pakketten kunnen worden onderscheiden van niet-medische pakketten. In theorie hadden medische pakketten aan het begin van het logistieke proces kunnen worden gescheiden, maar om deze vervolgens gedurende het verdere proces gescheiden te houden, hadden niet-medische pakketten niet kunnen worden bezorgd en moeten blijven staan bij klanten of bij PostNL zelf. De chaos die hieruit bij die klanten en PostNL zou zijn ontstaan, zou maatschappelijk ontwrichtend zijn geweest. PostNL stelt hierom dat alle randvoorwaarden tezamen, als totaalpakket, noodzakelijk waren en terecht zijn opgelegd.
4.3.2.
PostNL betwist dat zij in het kort geding in 2022 niet alle voor de beslissing relevante feiten en omstandigheden heeft vermeld. Ook betwist PostNL dat de door FNV gestelde schade bestaande uit verlies aan vertrouwen en prestige bij haar leden en de proceskostenveroordeling in kort geding het gevolg is van een eventuele schending van de waarheidsplicht of van het opleggen van de randvoorwaarden. Het gevorderde verbod is volgens PostNL te onbepaald en generiek. Bovendien is een dergelijk verbod volgens haar onnodig en niet controleerbaar in de naleving.
4.3.3.
PostNL betwist dat van FNV niet kan worden verwacht dat zij, in overeenstemming met de randvoorwaarden, een bepaalde minimumdienstverlening garandeert.
4.3.4.
PostNL maakt tot slot bezwaar tegen de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de vorderingen van FNV.

5.Beoordeling

Deze zaak betreft de bodemprocedure van het kort geding
5.1.
Partijen zijn het erover eens dat deze zaak moet worden beschouwd als de bodemprocedure van het kort geding tussen hen dat is geëindigd met het vonnis van de voorzieningenrechter van 22 november 2022. Ook zijn zij het erover eens dat de primair gevorderde verklaring voor recht over de rechtmatigheid van de bij brief van 14 november 2022 uitgeroepen en aangezegde collectieve actie zo moet worden gelezen, dat daarin een oordeel wordt gevraagd over de rechtmatigheid van de volgende drie collectieve acties:
een regionale werkonderbreking van 24 uur in de regio Zuid-Oost, van dinsdag 22 november 2022 om 06:00 uur tot woensdag 23 november 2022 om 06:00 uur;
diverse verrassingsacties op verschillende locaties in het land;
een werkonderbreking van 36 uur, van vrijdag 25 november 2022 om 04:00 uur tot zaterdag 26 november 2022 om 16:00 uur.
Dit zijn de collectieve acties waarvan PostNL destijds aannam dat FNV deze wilde organiseren, hoewel slechts de regionale werkonderbreking officieel door FNV richting PostNL was aangekondigd.
Het gaat erom of het verbinden van randvoorwaarden aan deze acties maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk was
5.2.
Artikel 6, aanhef en onder 4 van het Europees Sociaal Handvest (hierna: ESH) geeft werknemers of de hen vertegenwoordigende vakbonden (zoals FNV) het recht om collectieve acties te voeren bij belangengeschillen over collectieve afspraken. Tussen partijen staat niet ter discussie dat vorenbedoelde acties binnen de reikwijdte van deze bepaling en dus binnen de reikwijdte van het collectief actierecht vielen.
5.3.
De vraag of deze acties ook rechtmatig waren, moet worden beantwoord aan de hand van artikel G ESH. Op grond van dit artikel en rechtspraak van de Hoge Raad hierover is een beperking van het recht op collectieve actie slechts gerechtvaardigd indien dit maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, moeten alle omstandigheden worden meegewogen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de acties, de verhouding tussen de acties en het daarmee nagestreefde doel, de schade die daardoor wordt toegebracht aan de belangen van de werkgever of derden, de aard van die belangen en die schade, en of FNV de zogenoemde ‘spelregels’ voor het uitroepen van een staking in acht heeft genomen. PostNL, die door het stellen van randvoorwaarden het recht op collectieve actie heeft willen beperken, dient zodanige feiten en omstandigheden te stellen en, bij gemotiveerde betwisting, te bewijzen dat die beperking gerechtvaardigd was. [2]
De randvoorwaarden Mail, de algemene randvoorwaarden en de in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen aanzegtermijnen worden beschouwd als noodzakelijk
5.4.
FNV heeft tijdens de veiligheidsoverleggen en het kort geding benadrukt het belangrijk te vinden dat de bezorging van rouwpost en medische zendingen tijdens eventuele acties zoveel als mogelijk ononderbroken doorgang vindt. PostNL heeft toegelicht dat de in de randvoorwaarden Pakketten genoemde aanzegtermijnen en de randvoorwaarden Mail en algemene randvoorwaarden in ieder geval nodig zijn om de onbelemmerde en tijdige bezorging van deze vitale zendingen te kunnen borgen.
5.5.
Uit de verslagen van het tweede en derde veiligheidsoverleg blijkt dat PostNL tijdens deze overleggen uitvoerig inzicht heeft verschaft in zowel de aard en de achtergrond van al deze voorwaarden. Uit de verslagen blijkt bovendien dat FNV daarbij ruimschoots in de gelegenheid is gesteld om (nadere) vragen te stellen over de inhoud en reikwijdte van deze randvoorwaarden, en dat zij van deze gelegenheid ook daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt. De door FNV gestelde vragen zijn door PostNL telkens gemotiveerd beantwoord. Ook tijdens de eerste zitting in het kort geding heeft PostNL de noodzaak van deze randvoorwaarden uitgelegd. Dit blijkt uit de pleitnotitie die zij tijdens deze zitting heeft voorgedragen.
5.6.
Aangenomen wordt dat FNV zich met deze toelichtingen een weloverwogen oordeel heeft kunnen vormen over de redelijkheid en noodzaak van deze randvoorwaarden. Al tijdens het tweede veiligheidsoverleg heeft FNV naar aanleiding van de toelichtingen van PostNL ingestemd met de in de randvoorwaarden opgenomen aanzegtermijnen, en na afloop van de eerste zitting in het kort geding en het daaropvolgende derde veiligheidsoverleg is FNV vervolgens alsnog akkoord gegaan met de (overige) randvoorwaarden Mail – waartoe ook de Procesafspraken Mail worden gerekend – en de algemene randvoorwaarden.
5.7.
Op basis hiervan wordt het ervoor gehouden dat FNV deze randvoorwaarden zelf ook als in ieder geval noodzakelijk, en dus als een toelaatbare inperking van haar actierecht, achtte om het doel van ongestoorde verwerking en bezorging van rouwpost en medische zendingen te bereiken. FNV stelt dat haar instemming met de randvoorwaarden Mail en de algemene randvoorwaarden uitsluitend was ingegeven door de wens om het doorgaan van de acties veilig te stellen, maar indien FNV deze randvoorwaarden daadwerkelijk onnodig of onredelijk vond, had het in de rede gelegen dat zij aan dat standpunt zou hebben vastgehouden en haar instemming zou hebben onthouden, zoals zij dat consequent heeft gedaan ten aanzien van de overige randvoorwaarden Pakketten. De randvoorwaarden Mail en de algemene randvoorwaarden worden daarom tezamen met de in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen aanzegtermijnen beschouwd als een noodzakelijke beperking van de acties zoals FNV die wilde organiseren.
De overige randvoorwaarden Pakketten worden niet beschouwd als noodzakelijk
5.8.
Uit de uitleg van PostNL over haar reguliere logistieke proces blijkt het volgende. De collectie van pakketten verloopt als volgt: PostNL haalt pakketten op bij grote en kleine klanten en bij PostNL-punten (tezamen 90% van de pakketten) en er zijn klanten die pakketten rechtstreeks aanleveren bij sorteercentra van PostNL (10%). Medische pakketten – waartoe PostNL in ieder geval rekent: medische voeding, stoma’s, diabeteshulpmiddelen en infuusmedicatie – worden in de meeste gevallen bij de klant opgehaald en verzameld in rolcontainers, die zodanig kunnen worden gelabeld dat zij tijdens de collectiefase herkenbaar zijn en kunnen worden onderscheiden van (rolcontainers met) niet-medische pakketten. Een enkele aanbieder van medische pakketten levert de pakketten zelf bij PostNL aan. Aangenomen wordt dat ook deze pakketten kunnen worden onderscheiden van niet-medische pakketten. Tijdens het daaropvolgende logistieke proces kunnen medische en niet-medische pakketten uitsluitend gescheiden worden gehouden indien niet-medische pakketten buiten het eerste sorteerproces (bij een van de sorteercentra) worden gehouden. Bij de eerste sortering worden de medische pakketten namelijk samen met de niet-medische pakketten op de sorteerband worden gelegd en vindt dus vermenging plaats.
5.9.
Het gescheiden houden van medische en niet-medische pakketten had volgens PostNL bij de voorgenomen acties alleen kunnen worden gerealiseerd door medische pakketten uit het hele land met speciaal daartoe aangewezen vrachtwagens op te halen en naar één sorteercentrum te vervoeren, om deze vervolgens vanuit dat centrum te distribueren naar de verschillende bezorgdepots, terwijl de niet-medische pakketten ofwel bij klanten zelf ofwel bij PostNL (op PostNL-punten of een van haar sorteercentra) zouden moeten blijven staan.
5.10.
Dat tijdens de voorgenomen acties een zekere personeelsbezetting noodzakelijk zou zijn geweest om de verwerking en bezorging van alleen de medische pakketten te kunnen continueren, staat buiten kijf. PostNL heeft echter onvoldoende concreet gemaakt dat de in de randvoorwaarden Pakketten genoemde bezettingspercentages ook nodig waren om tijdens de acties uitsluitend de medische pakketten te blijven ophalen, verwerken en bezorgen.
5.11.
De bezettingspercentages gaan grotendeels uit van het reguliere logistieke proces, waarin nagenoeg alle pakketten – zowel medische als niet-medische – worden gecollecteerd en verwerkt. PostNL stelt daarover in de eerste plaats dat het voor klanten die zowel medische als niet-medische pakketten versturen (zoals Kruidvat en Etos) niet mogelijk zou zijn om een onderscheid te maken tussen deze pakketten. Reeds hierom moeten bij deze klanten alle pakketten worden opgehaald, aldus PostNL. Zonder nadere onderbouwing valt echter niet in te zien waarom het binnen de door FNV in acht te nemen aanzegtermijnen niet mogelijk zou zijn geweest om dit onderscheid te maken. Voor zover het gaat om het tijdelijk niet bezorgen van medische pakketten van dergelijke ‘gemengde’ aanbieders – waarbij PostNL als voorbeelden noemt pijnstilling, de morning-afterpil en zalven voor huidinfecties, allergische uitslag of koortsblaasjes – zou de gezondheid van kwetsbare groepen bovendien niet direct in gevaar komen. Deze producten zijn immers relatief eenvoudig verkrijgbaar bij fysieke drogisterijen of supermarkten. PostNL en haar klanten zouden met de door FNV in acht te nemen aanzegtermijnen voldoende tijd hebben gehad om te communiceren dat de bezorging van pakketten mogelijk vertraging zou oplopen. Consumenten hadden hiermee dan rekening kunnen houden. Aangenomen wordt daarom dat deze pakketten in het geval van een van de acties bij deze klanten van PostNL hadden kunnen blijven staan. Hetzelfde geldt voor pakketten van niet-medische klanten (zoals Bol.com).
5.12.
PostNL voert in de tweede plaats als reden dat ook pakketten van niet-medische klanten moeten blijven worden ingezameld en verwerkt, het volgende aan. In de BSKNJ-periode worden gemiddeld 1,5 miljoenen pakketten per dag verwerkt. PostNL zelf en een aanzienlijk deel van deze klanten kunnen tijdens de BSKNJ-periode niet over voldoende opslagcapaciteit beschikken om deze pakketten gedurende langere tijd vast te houden. Dit gebrek aan opslagcapaciteit zou bij een staking tot aanzienlijke logistieke problemen bij zowel PostNL als deze klanten hebben geleid, met als risico’s dat bedrijfsgebouwen (waaronder dus PostNL-punten, sorteercentra en loodsen) overvol zouden raken, dat pakketten tijdelijk buiten hadden moeten worden opgeslagen, dat pakketten pas na dagen of weken bezorgd hadden kunnen worden en dat deze klanten uiteindelijk geen nieuwe bestellingen meer hadden kunnen aannemen.
5.13.
In zijn algemeenheid geldt dat het vanwege de aard van de bedrijfsvoering van PostNL inherent is aan een collectieve actie binnen de logistieke keten van PostNL dat deze nadelige gevolgen heeft voor PostNL en voor haar klanten. Juist het tijdelijk verstoren van processen binnen deze keten en het uitoefenen van druk op PostNL (door uiteindelijk ook haar klanten) om deze verstoringen te voorkomen of zo snel mogelijk te verhelpen, vormt een wezenlijk onderdeel van het pressiemiddel dat met een staking wordt beoogd. De grens wordt pas bereikt wanneer de gevolgen van een staking zodanig ernstig en verstrekkend zijn dat zij leiden tot maatschappelijke ontwrichting.
5.14.
PostNL heeft echter onvoldoende onderbouwd dat deze potentiële risico’s van zodanige aard en omvang zijn dat zij als onaanvaardbaar (maatschappelijk ontwrichtend) zouden moeten worden gekwalificeerd en om die reden een verdere beperking van het grondrecht op collectieve actie van FNV zouden rechtvaardigen – via de in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen minimumbezetting, bovenop de reeds geldende aanzegtermijnen. De omstandigheid dat PostNL en haar klanten door overvolle bedrijfsgebouwen mogelijk tijdelijk genoodzaakt zouden zijn pakketten buiten op te slaan, levert hoogstens een tijdelijk risico op beschadiging, diefstal en logistiek ongemak met mogelijk veiligheidsrisico's op, maar die enkele risico’s zijn niet zodanig onaanvaardbaar dat daarvoor het collectieve actierecht verder moet wijken. PostNL heeft bovendien niet onderbouwd hoe groot het risico op beschadiging en diefstal van bij haar of bij haar klanten opgeslagen pakketten daadwerkelijk is, en ook niet hoe groot het risico is dat door te volle ruimtes gevaarlijke situaties ontstaan.
5.15.
Hetzelfde geldt voor het risico dat pakketten niet tijdig (bijvoorbeeld voor de feestdagen) worden bezorgd. Hoewel vertragingen onmiskenbaar tot hinder voor consumenten kunnen leiden, kwalificeren deze niet als onaanvaardbaar. Daarbij is van belang dat veel pakketten alsnog fysiek in de winkel kunnen worden gehaald. Dat een vertraging in de bezorging kan leiden tot verminderde klanttevredenheid over en reputatieschade voor zowel PostNL als haar klanten, vormt op zichzelf ook geen onaanvaardbaar risico. Deze gevolgen kunnen bovendien in belangrijke mate worden beperkt door tijdige en duidelijke communicatie hierover. Indien PostNL en haar klanten tijdig communiceren dat als gevolg van collectieve acties van FNV vertragingen in de bezorging kunnen ontstaan, kunnen klanten hun verwachtingen daarop aanpassen. Voor zover bestellingen hierdoor zouden worden geannuleerd, geldt dat niet is onderbouwd dat de financiële gevolgen daarvan zodanig ernstig zijn dat zij onaanvaardbaar zijn. Het gaat hier om mogelijke omzetderving die tijdelijk is. Niet onderbouwd is dat klanten structureel zouden afhaken of dat bij veel bedrijven als gevolg hiervan de bedrijfsvoering ernstig wordt geschaad.
5.16.
Het tijdelijk moeten beperken of stilleggen van de mogelijkheid om bestellingen te plaatsen – volgens PostNL moeten webshops van klanten op een gegeven moment ‘op zwart’ – zal eveneens leiden tot tijdelijk omzetverlies en mogelijk reputatieschade, maar ook dit levert geen onaanvaardbaar risico op. Bij adequate communicatie dat deze situatie het directe gevolg is van een staking bij PostNL door FNV, ligt bovendien niet voor de hand dat afnemers dit de betrokken klanten van PostNL blijvend zullen aanrekenen.
5.17.
Het is door de hoeveelheid te verwerken pakketten per dag voorstelbaar dat het voor PostNL logistiek gezien zeer complex is om in de BSKNJ-periode af te wijken van de gebruikelijke transportplanning. Die complexiteit vormt echter geen rechtvaardiging om naast de door FNV in acht te nemen aanzegtermijnen ook de in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen bezettingspercentages op te leggen. Deze percentages gaan er, zoals overwogen, van uit dat nagenoeg alle pakketten moeten blijven worden gecollecteerd, gesorteerd en bezorgd, terwijl kan worden volstaan met een beperkter logistiek proces, gericht op uitsluitend het ophalen, verwerken en bezorgen van medische pakketten, dat met een lagere bezetting kan worden uitgevoerd. Doordat PostNL onvoldoende heeft uitgewerkt welke werkzaamheden en personeelsbezetting specifiek noodzakelijk zouden zijn voor het afzonderlijk verwerken van alleen medische pakketten tijdens de acties, kan niet worden aangenomen dat de genoemde bezettingspercentages, die ook volgens PostNL zelf relatief hoog zijn, daarvoor noodzakelijk waren. Deze percentages worden daarom niet als dringend noodzakelijk aangemerkt.
De gevraagde verklaring voor recht zal deels worden afgegeven
5.18.
Gezien het voorgaande, zal voor recht worden verklaard dat de door FNV in november 2022 bij PostNL voorgenomen collectieve acties rechtmatig waren en dat FNV mocht overgaan tot het voeren van deze acties voor zover FNV daarbij de randvoorwaarden Mail, de in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen aanzegtermijnen en de algemene randvoorwaarden in acht zou hebben genomen. Met deze verklaring voor recht, waaruit volgt dat FNV in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen bezettingspercentages niet in acht heeft hoeven nemen, wordt zowel beslist op de primair gevorderde verklaring voor recht over de rechtmatigheid van de acties als op de subsidiair gevorderde beslissing over de rechtmatigheid van de randvoorwaarden.
5.19.
In de verklaring voor recht zal ook worden opgenomen dat de acties rechtmatig waren voor zover FNV daarbij de Procesafspraken Pakketten in acht zou hebben genomen. FNV heeft de noodzaak van stap 1 van deze procesafspraken, die betrekking heeft op de wijze van aanzegging, niet betwist en stap 2 betreft uitsluitend een door PostNL na te komen verplichting. Evenmin heeft FNV de noodzaak betwist van dat deel van stap 3 dat ziet op de gezamenlijke controle van FNV en PostNL van de bezetting per locatie. Hieronder wordt toegelicht waarom FNV de in die stap opgenomen garantie ten aanzien van de minimumbezetting kan geven, voor zover dat al moet.
FNV hoeft geen garantie af te geven en voor zover dat wel moet, kan zij daaraan voldoen
5.20.
Met betrekking tot de pakketten waren de door FNV voorgenomen acties rechtmatig zonder dat daarvoor andere randvoorwaarden in acht dienden te worden genomen dan de randvoorwaarde betreffende de aanzegtermijnen en de algemene randvoorwaarden. FNV heeft voor het laten doorgaan van deze stroom op basis van de randvoorwaarden Pakketten dus niet hoeven zorgdragen voor een bepaalde minimumbezetting en heeft daarvoor dan ook geen garantie hoeven afgeven. De algemene randvoorwaarden bevatten echter ook bepalingen op grond waarvan FNV voor een bepaalde bezetting diende te zorgen. Zo staat er bijvoorbeeld in dat er per sorteerproces één Technisch Operatis of Proces Expert aanwezig dient te zijn.
5.21.
Voor zover de Procesafspraken Pakketten ook op deze bezettingsbepalingen zien, wordt niet ingezien waarom van FNV niet had kunnen worden gevergd om de garantie af te geven zoals stap 3 van de procesafspraken deze voorschrijft. Hetzelfde geldt voor de Procesafspraken Mail en de bezettingsbepalingen in de randvoorwaarden Mail. FNV had niet alle werknemers – waaronder immers ook niet-leden kunnen vallen – kunnen verplichten om bepaalde werkzaamheden uit te voeren, maar dat is ook niet wat de procesafspraken aan garantie eisen. Het ging er slechts om dat FNV een bepaalde minimumbezetting zou veiligstellen “
door waar nodig werknemers aan te wijzen”. Een dergelijke garantie had door FNV kunnen worden gegeven. Anders dan zij veronderstelt, werd hiermee namelijk niet van haar verlangd dat zij zou garanderen dat de aangewezen werknemers daadwerkelijk aan die aanwijzing gehoor zouden geven en hun werkzaamheden zouden blijven voortzetten. Gelet hierop zal de op dit punt gevorderde verklaring voor recht worden afgewezen.
PostNL heeft haar waarheidsplicht niet geschonden en hoeft daarom geen schadevergoeding te betalen
5.22.
Artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verplicht partijen om alle feiten die voor de beslissing van belang zijn, volledig en naar waarheid aan te voeren. Partijen mogen geen feiten stellen waarvan zij weten dat deze onjuist zijn of niet juist kunnen zijn. Evenmin mogen zij feiten ontkennen waarvan zij weten dat deze juist zijn of relevante feiten achterhouden. Indien een partij de verplichting niet naleeft, kan de rechter daaraan de gevolgen verbinden die hij passend acht. Een schending kan een onrechtmatige daad opleveren die als grondslag kan dienen voor een schadevergoeding. De waarheidsplicht betekent echter niet dat partijen alle feiten moeten aanvoeren. Zij mogen de naar hun mening relevante feiten selecteren en deze vanuit hun eigen perspectief interpreteren.
5.23.
Onder ogen wordt gezien dat PostNL voor het kort geding een zeer korte voorbereidingstijd had. Tussen het door FNV op maandag 14 november 2022 gestelde ultimatum en (de eerste zitting in) het kort geding op maandag 21 november 2022 zat een tijdspanne van één week. Daarbij komt dat PostNL, volgens haar onweersproken stelling, pas op vrijdag 18 november 2022 voor het eerst op de hoogte was van de acties die FNV wilde gaan organiseren, waarbij van in ieder geval de verrassingsacties op dat moment de aard, duur en plaats nog niet duidelijk was. PostNL had daarmee feitelijk niet meer dan een weekend om haar standpunt op papier te zetten en zich voor te bereiden op de mondelinge behandeling in kort geding, waarbij ook nog eens geldt dat er op zondag 20 november 2022 tevens een veiligheidsoverleg gepland stond.
5.24.
Gelet op deze zeer beperkte voorbereidingstijd en onzekerheid over in ieder geval de verrassingsacties, heeft FNV redelijkerwijs niet van PostNL kunnen en mogen verwachten dat zij alle mogelijke – ook de minst waarschijnlijke – opties binnen haar eigen logistieke proces of eventuele alternatieven zou benoemen waarmee tijdens de acties urgente zendingen zouden kunnen blijven worden bezorgd, laat staan dat zij haar stellingen van een gedetailleerde feitelijke onderbouwing zou voorzien. Dat laatste is bovendien niet vereist in kort geding. In een kort geding moet namelijk slechts worden beoordeeld of de vordering voldoende
aannemelijkis geworden om, vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure, een bepaalde (voorlopige) veroordeling te rechtvaardigen. Dat is een andere, minder zware maatstaf dan die geldt in een bodemzaak als deze.
5.25.
Tegen deze achtergrond worden de door FNV aangevoerde punten, waarop zij stelt dat PostNL tijdens het kort geding in strijd met de waarheidsplicht heeft gehandeld, als volgt beoordeeld. Daarbij blijven de door FNV aangevoerde punten die zien op de bezorging van briefpost onbesproken, aangezien de randvoorwaarden Mail door de instemming van FNV hoe dan ook zouden zijn opgelegd.
Pharma & Care-netwerk
5.25.1.
PostNL heeft gemotiveerd uiteengezet dat dit netwerk niet geschikt (te maken) was om, in het geval van collectieve acties tijdens de BSKNJ-periode, de bezorging van alle medische pakketten over te nemen. FNV heeft hier vervolgens niets meer tegen ingebracht. De kantonrechter stelt daarom vast dat dit netwerk niet direct van belang was voor de beoordeling van de vordering van PostNL in kort geding, zodat PostNL het bestaan ervan niet heeft hoeven noemen.
S
cheiding medische pakketten en overige pakketten
5.25.2.
In de kortgedingdagvaarding heeft PostNL aangegeven dat – voor zover hier van belang – (a) het niet mogelijk zou zijn om zonder randvoorwaarden de verzending en distributie van medische pakketten gescheiden te houden en (b) medische pakketten in het reguliere proces bij aankomst op het depot al vermengd zijn met niet-medische pakketten. De eerste stelling is niet onjuist. Zoals hiervoor is overwogen, staat buiten kijf dat tijdens de collectieve acties een bepaalde personeelsbezetting noodzakelijk zou zijn geweest om uitsluitend de verwerking en bezorging van medische pakketten te kunnen voortzetten. Voor zover met ‘depots’ wordt gedoeld op de bezorgdepots, is de tweede stelling evenmin onjuist.
5.25.3.
Tijdens de zittingen in kort geding heeft PostNL aangevoerd dat in het collectieproces geen scheiding wordt gemaakt tussen medische zendingen en overige zendingen en dat die scheiding ook niet gemaakt
kanworden. In reactie op de stelling van FNV dat dit onderscheid wel degelijk kan worden gemaakt door tijdens een staking alleen medische pakketten op te halen, heeft PostNL aangevoerd dat het maatschappelijk gezien onaanvaardbaar is om niet-medische pakketten niet bij klanten op te halen, onder andere omdat die pakketten dan ophopen bij de klanten en (de gebouwen van) die klanten hierop niet berekend zijn en onveilige situaties kunnen ontstaan. De eerder genoemde stelling van PostNL dat in het collectieproces geen scheiding
kanworden aangebracht tussen medische en overige zendingen, wordt hierdoor zo begrepen dat PostNL daarmee niet heeft willen stellen dat een dergelijke scheiding absoluut onmogelijk is, maar slechts dat deze relatief onmogelijk is, in die zin dat vanwege de daaraan verbonden gevolgen niet van PostNL kan worden gevergd dat zij dat onderscheid maakt. Deze stellingen zijn in lijn met de toelichting die PostNL in deze procedure heeft gegeven, namelijk dat het wel degelijk mogelijk is om medische pakketten aan het begin van het logistieke proces te scheiden en ook gescheiden te houden, maar dat dit alleen kan door niet-medische pakketten bij de klanten te laten staan, hetgeen volgens PostNL maatschappelijk ontwrichtende chaos met zich brengt. Ook op dit punt heeft PostNL tijdens het kort geding niet in strijd met de waarheidsplicht gehandeld.
Noodzaak van levering binnen één dag, bezorggarantie en dreiging voor volksgezondheid
5.25.4.
Dat leveranciers van medische (hulp)middelen jegens hun klanten een voorbehoud hebben gemaakt voor niet-tijdige levering en PostNL geen garantie biedt op pakketbezorging binnen één dag, betreft geen informatie die rechtstreeks van belang was voor de beoordeling van de vordering in kort geding. Deze omstandigheden doen immers niets af aan de stelling van PostNL in kort geding dat medische pakketten als gevolg van de door FNV voorgenomen acties niet tijdig zouden kunnen bezorgd, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor patiënten. Dit was voor haar de directe aanleiding om de randvoorwaarden Pakketten aan de acties te willen verbinden. Dat PostNL een onjuist beeld zou hebben geschetst over de aard en omvang van deze gevolgen voor patiënten, is door haar gemotiveerd weersproken en door FNV onvoldoende onderbouwd.
Uitwijkmogelijkheden, bezorgalternatieven en gevaarzetting
5.25.5.
FNV heeft onvoldoende concreet gemaakt dat PostNL op deze punten tijdens het kort geding onjuiste en/of onvolledige informatie heeft verstrekt. Zij heeft volstaan met algemene stellingen, zonder concreet te verwijzen naar passages uit de kortgedingdagvaarding en/of de spreekaantekeningen van PostNL waaruit een schending van de waarheidsplicht op deze punten zou blijken. Voor zover FNV al concrete bezwaren heeft geformuleerd, heeft PostNL deze bovendien gemotiveerd weersproken.
Essentiële dienst
5.25.6.
De waarheidsplicht ziet op feiten die voor de beoordeling van de zaak van belang zijn. De kwalificatie van die feiten is de taak van de rechter. Als een partij een andere kwalificatie hanteert dan de rechter, is er dan ook geen sprake van een schending van de waarheidsplicht. Voor zover PostNL tijdens het kort geding heeft aangevoerd dat het bezorgen van medische pakketten een essentiële dienst is, gaat het hier om een kwalificatie. Dit levert dus geen schending van de waarheidsplicht op.
Noodplannen
5.25.7.
FNV verwijt PostNL dat zij in het kort geding heeft nagelaten te vermelden dat zij over noodplannen beschikt voor het geval zich verstoringen of calamiteiten voordoen. PostNL heeft echter gemotiveerd betwist dat de toen bestaande plannen ook betrekking hadden op collectieve acties tijdens de BSKNJ-periode, terwijl de procedure in kort geding juist daarop zag. FNV heeft daartegen niets ingebracht. Daarom stelt de kantonrechter vast dat de bestaande noodplannen niet rechtstreeks relevant waren voor de beoordeling van de vordering van PostNL.
Schade en aantallen
5.25.8.
Voor zover juist zou zijn dat PostNL in het kort geding haar schade en de daarin genoemde aantallen medische aanbieders en pakketten niet voldoende heeft onderbouwd, vormt dit geen schending van de waarheidsplicht. Door de beperkte voorbereidingstijd kon van PostNL niet worden verwacht dat zij haar schade en deze aantallen gedetailleerd zou onderbouwen.
5.26.
Nu PostNL tijdens het kort geding op geen van de door FNV aangevoerde punten haar waarheidsplicht heeft geschonden, is geen sprake van onrechtmatig handelen. De schadevergoedingsvorderingen van FNV, die alle zijn gebaseerd op de stelling dat PostNL deze waarheidsplicht wel heeft geschonden, zullen daarom worden afgewezen.
PostNL zal geen verbod worden opgelegd tot het verstrekken van onjuiste informatie
5.27.
Zoals is overwogen, mag PostNL in geen enkele rechtszaak feiten stellen waarvan zij weet dat die onjuist zijn of niet juist kunnen zijn en ook geen feiten ontkennen waarvan zij weet dat die juist zijn. Deze verplichting volgt reeds uit de wet. Niet wordt ingezien welk afzonderlijk belang FNV nog heeft bij het door haar gevorderde verbod op het verstrekken van onjuiste informatie door PostNL in een eventuele gerechtelijke procedure. FNV heeft hierover ook niets gesteld. De vordering van FNV zal daarom, bij gebrek aan belang, worden afgewezen.
Ieder moet de eigen kosten van de procedure dragen
5.28.
Omdat partijen over en weer op punten in het (on)gelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitvoerbaarheidverklaring bij voorraad blijft achterwege
5.29.
In dit vonnis wordt een verklaring voor recht afgegeven en worden de proceskosten gecompenseerd. Dergelijke beslissingen zijn niet vatbaar voor tenuitvoerlegging en kunnen daarom niet uitvoerbaar (bij voorraad) worden verklaard.

6.Beslissing

De kantonrechter:
6.1.
verklaart voor recht dat de door FNV in november 2022 bij PostNL voorgenomen collectieve acties rechtmatig waren en dat FNV mocht overgaan tot het voeren van deze acties tegen PostNL voor zover FNV daarbij de randvoorwaarden Mail, de in de randvoorwaarden Pakketten opgenomen aanzegtermijnen en Procesafspraken Pakketten en de algemene randvoorwaarden in acht zou hebben genomen;
6.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.D. Bellaart en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.

Voetnoten

2.Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687 (