ECLI:NL:RBDHA:2026:14346

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/09/688602 / FA RK 25-5396
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 1:377a BWProtocol 23 november 2007 inzake onderhoudsverplichtingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eenhoofdig gezag moeder, omgangsregeling en alimentatie vastgesteld

De moeder verzocht de rechtbank Den Haag om haar het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind toe te kennen, een omgangsregeling met de vader vast te stellen en alimentatie te bepalen. De vader was onbereikbaar en niet verschenen in de procedure, ondanks oproepen via de Staatscourant en e-mail.

De rechtbank oordeelde dat wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk was, omdat gezamenlijke gezagsuitoefening feitelijk onmogelijk was door de afwezigheid van de vader. De moeder kreeg het eenhoofdig gezag toegewezen. De omgangsregeling werd vastgesteld op om de twee weken op zondag van 12.00 tot 17.00 uur, om duidelijkheid en stabiliteit voor het kind te waarborgen.

Ten aanzien van alimentatie werd de vader verplicht €400 per maand vooruit te betalen aan de moeder, met terugwerkende kracht vanaf 1 november 2024. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De moeder krijgt eenhoofdig gezag, omgangsregeling wordt vastgesteld en vader moet alimentatie betalen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5396
Zaaknummer: C/09/688602
Datum beschikking: 30 april 2026
Gezag, hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, en alimentatie

Beschikking op het op 15 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder]

de moeder ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.D. Zalucha te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader]

de vader ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de moeder van 22 oktober 2025, met bijlage, inhoudende een aanvulling op het verzoek.
Op 2 april 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: N. Cichos.
De vader heeft geen bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland. De vader is, hoewel daartoe openbaar te zijn opgeroepen door middel van een advertentie in de Staatscourant van 13 februari 2026 en per e-mail, niet in de procedure verschenen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, na aanvulling en wijziging:
  • primairte bepalen dat de moeder met het eenhoofdig gezag wordt belast over [minderjarige] en
    subsidiairte bepalen dat [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de moeder zal hebben;
  • een omgangs-/zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vast te stellen inhoudende: om de twee weken op zondag van 12.00 uur tot 17.00 uur;
  • te bepalen dat de vader, telkens bij vooruitbetaling, een bedrag van € 400,- per maand als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de moeder dient te voldoen, primair met terugwerkende kracht met ingang van 1 november 2024, subsidiair met ingang van datum van indiening van het verzoekschrift;
  • de kosten te compenseren;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] staat ingeschreven bij de moeder.
- De vader, de moeder en [minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit.

Beoordeling

Gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over de minderjarige.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. De moeder heeft al lange tijd geen contact met de vader en weet niet waar hij verblijft. Hierdoor is zij niet in staat om de voor [minderjarige] benodigde gezagsbeslissingen te nemen. Zij moet bijvoorbeeld binnenkort een nieuw paspoort voor [minderjarige] aanvragen, maar dit is onmogelijk zonder de handtekening van de vader.
De rechtbank is van oordeel dat wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. De moeder heeft onweersproken gesteld dat het voor haar onmogelijk is om in contact te komen met de vader. De afwezigheid en onbereikbaarheid van de vader maakt gezamenlijke gezagsuitoefening feitelijk onmogelijk en de rechtbank verwacht niet dat deze situatie binnenkort zal veranderen. De rechtbank zal het primaire verzoek van de moeder daarom toewijzen.
Omdat het primaire verzoek van de moeder zal worden toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan het subsidiaire verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen.
Nu de moeder met het eenhoofdig gezag zal worden belast, zal in het vervolg worden gesproken over de omgangsregeling in plaats van de zorgregeling.
Omgangsregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.
Wettelijk kader
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 1:377a lid 1 BW volgt dat een kind recht op omgang met zijn ouders heeft en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft. Op grond van lid 2 van voormeld artikel kan de rechter op verzoek van (één van) de ouder(s) een omgangsregeling vaststellen of het recht op omgang (tijdelijk) ontzeggen.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder heeft haar verzoek op de zitting gewijzigd van een omgangsregeling eenmaal per week naar een omgangsregeling eenmaal per twee weken. Zij wil graag dat er duidelijke afspraken komen, zodat de ouders, en met name [minderjarige] , weten waar zij aan toe zijn.
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat er een stabiele omgangsregeling komt, zodat voor [minderjarige] duidelijk is wanneer haar vader langskomt en zodat de vader op andere dagen niet te pas en te onpas verschijnt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen.
Alimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de moeder en de minderjarige in Nederland wonen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Aan de vader is op de bij de wet voorgeschreven wijze de inhoud van het verzoekschrift medegedeeld. De rechtbank heeft geen verweerschrift ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn.
Het verzoek van de moeder zal daarom als niet weersproken en als op de wet gegrond worden toegewezen, nu ook niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, Milena Wojtkowska, geboren op 1 december 1986 te Brodnica, Polen, het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:
- om de week op zondag van 12.00 uur tot 17.00 uur;
bepaalt de door de vader met ingang van 1 november 2024 te betalen alimentatie voor [minderjarige] op € 400,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 april 2026.