Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14466

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
NL26.14664 en NL26.14665
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming

Eiser, een Palestijnse asielzoeker, diende een beroep in tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Tijdens de zitting op 21 mei 2026 bleek dat eiser op 7 april 2026 met onbekende bestemming was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met zijn gemachtigde of de betrokken instanties.

De rechtbank overwoog dat wanneer een vreemdeling die bescherming zoekt in Nederland zonder nadere informatie vertrekt, dit in principe betekent dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. Dit uitgangspunt geldt tenzij er recent contact is met de gemachtigde, wat hier niet het geval was. Eiser was niet verschenen op de zitting ondanks uitnodiging.

Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeerde de rechtbank dat het procesbelang van eiser was komen te vervallen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hoger beroep is mogelijk binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en vervallen procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.14664 (beroep)
NL26.14665 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 2002, van Palestijnse nationaliteit, eiser/verzoeker (hierna: eiser),
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. G. Erdal).

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat hij de behandeling van zijn beroep in Nederland mag afwachten.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Na afloop van de behandeling van de zaken op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.14664:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.14665:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. Verweerder heeft op 14 april 2026 aan de rechtbank medegedeeld dat eiser volgens meldingen van het COA [1] op 7 april 2026 met onbekende bestemming [2] is vertrokken. Het is niet gebleken dat eiser zich inmiddels weer heeft gemeld bij de IND [3] , COA, AVIM [4] of DT&V [5] . Op de zitting is er door verweerder bevestigd dat er geen nadere informatie is over de verblijfplaats van eiser.
2. De gemachtigde van eiser heeft per bericht van 13 mei 2026 laten weten dat hij tot die datum geen contact meer heeft kunnen krijgen met eiser.
3. Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt, zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, dan moet er in beginsel vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
4. In het licht van het fundamentele belang van het recht op toegang tot de rechter en het bieden van een doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, zal de bestuursrechter voorzichtig moeten omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Een vreemdeling heeft belang bij zijn beroep of hoger beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat er nog contact wordt onderhouden met de vreemdeling over de procedure. [6]
5. Gelet op de MOB-melding en gezien de informatie van de gemachtigde van eiser dat hij geen contact met eiser heeft, en eiser vandaag ook niet is verschenen op zitting terwijl hij wel is uitgenodigd, gaat de rechtbank ervan uit dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland en de inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
6. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, is het beroep niet-ontvankelijk.
7. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, bestaat er geen aanleiding om het verzoek tot een voorlopige voorziening verder te behandelen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
9. Hoger beroep kan worden ingesteld binnen één week na ontvangst van het proces-verbaal van deze uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026 door mr. M.F.A.M. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mw. L.C. van der Helm, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
2.MOB-melding.
3.Immigratie- en Naturalisatiedienst.
4.Afdeling Vreemdelingenpolitie, identificatie en Mensenhandel.
5.Dienst Terugkeer en Vertrek.
6.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.