ECLI:NL:RBDHA:2026:14466
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Palestijnse asielzoeker, diende een beroep in tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Tijdens de zitting op 21 mei 2026 bleek dat eiser op 7 april 2026 met onbekende bestemming was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met zijn gemachtigde of de betrokken instanties.
De rechtbank overwoog dat wanneer een vreemdeling die bescherming zoekt in Nederland zonder nadere informatie vertrekt, dit in principe betekent dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. Dit uitgangspunt geldt tenzij er recent contact is met de gemachtigde, wat hier niet het geval was. Eiser was niet verschenen op de zitting ondanks uitnodiging.
Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeerde de rechtbank dat het procesbelang van eiser was komen te vervallen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hoger beroep is mogelijk binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en vervallen procesbelang.