ECLI:NL:RBDHA:2026:14475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft op 27 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 7 juli 2022.
De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij de behandeling van het beroep. Uit de stukken bleek dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde. De minister en gemachtigde bevestigden dat eiser geen prijs meer stelde op de aanvankelijk gezochte bescherming.
Op grond van vaste rechtspraak geldt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, tenzij hij laat weten contact te onderhouden met zijn gemachtigde. Gezien het ontbreken van contact en het vertrek van eiser, concludeerde de rechtbank dat het procesbelang ontbrak.
Daarom kwam de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H.G. Odink.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.