ECLI:NL:RBDHA:2026:14479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiseres heeft op 1 maart 2025 een asielaanvraag ingediend waarop verweerder, de minister van Asiel en Migratie, niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden heeft beslist. Nadat eiseres verweerder op 4 maart 2026 in gebreke had gesteld, stelde zij beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 behandeld en geoordeeld dat het beroep gegrond is. Verweerder wordt opgedragen binnen 16 weken na de zitting alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. De rechtbank motiveert haar oordeel aan de hand van de toepasselijke wettelijke bepalingen en de ingebrekestelling die eiseres heeft gedaan. Het beroep is gegrond verklaard omdat de beslistermijn is overschreden zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 16 weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.