ECLI:NL:RBDHA:2026:14479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiseres heeft op 1 maart 2025 een asielaanvraag ingediend waarop verweerder uiterlijk 1 september 2025 had moeten beslissen. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, heeft eiseres op 4 maart 2026 een ingebrekestelling gestuurd en vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 behandeld en verklaart het gegrond.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op om uiterlijk 7 september 2026 alsnog een besluit te nemen. Gezien de noodzaak van een nader gehoor en besluitvorming is de termijn verlengd tot 16 weken na de zitting. Voor elke dag overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. De zaak is openbaar uitgesproken door rechter H.J. Schaberg en griffier C.W. van der Hoek. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 16 weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.