Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
16 januari 2026 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Voorgeschiedenis
22 februari 2019 ongegrond verklaard. [3] De rechtbank heeft daarbij overwogen dat eiseres geen consistente verklaringen heeft afgelegd over de sekte en dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij te vrezen heeft voor de mensenhandelaar of diens familieleden in Nigeria. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als alleenstaande vrouw persoonlijk te vrezen heeft voor een situatie die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM [4] , dat zij in Nigeria een broer en zus heeft, bij wie zij kon wonen en dat zij in staat was om in haar levensonderhoud te voorzien door het verkopen van vis op de markt.