ECLI:NL:RBDHA:2026:14618
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand voor dakloze wegens onvoldoende bewijs verblijfplaats
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering voor daklozen op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. De afwijzing berust op het feit dat eiser onvoldoende controleerbare en verifieerbare gegevens heeft verstrekt over zijn hoofdverblijf gedurende de relevante periode, waarbij hij stelde in een camper te verblijven op een niet-bestaande locatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn bewijslast om het recht op bijstand aannemelijk te maken. Het college heeft terecht geweigerd bijstand te verlenen omdat het niet vast te stellen is waar eiser feitelijk verbleef. De rechtbank volgt het college ook in het standpunt dat een verblijf in een camper moeilijk controleerbaar is, mede omdat een camper geen vaste standplaats heeft en niet gekoppeld kan worden aan de Basisregistratie Personen.
Eiser voerde dat het college hem niet voldoende gelegenheid had gegeven om nadere bewijsstukken te overleggen, maar de voorzieningenrechter acht dit niet aannemelijk. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat het hier gaat om een gebonden bevoegdheid op grond van de Participatiewet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.