ECLI:NL:CRVB:2022:2555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken controleerbare verblijfplaats dakloze
Appellant, dakloos en zonder vaste verblijfplaats, diende na detentie een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet. Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende controleerbare gegevens over zijn verblijfplaats had verstrekt. Appellant gaf aan bij vrienden of in zijn auto te verblijven, maar weigerde namen of adressen te noemen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het ging om het weigeren van een postadres en ongegrond voor de afwijzing van de bijstandsaanvraag. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voldeed aan de voorwaarden en dat het college meer maatwerk had moeten toepassen, onder meer door hem naar noodopvang te begeleiden.
De Raad oordeelde dat het college niet meer had gevraagd dan noodzakelijk was en dat controleerbare verblijfplaatsgegevens essentieel zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand. Het college had appellant terecht gevraagd om adressen en namen, wat hij niet had verstrekt. Ook was het college niet verplicht tot meer maatwerk, zeker omdat appellant de aangeboden opvang van de GGD weigerde.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het ontbreken van controleerbare verblijfplaatsinformatie wordt bevestigd.