ECLI:NL:RBDHA:2026:1464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 27 november 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld, waardoor het beroep terecht en gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, in welk geval de termijn twintig weken bedraagt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijnen alsnog te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 20 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister een nadere beslistermijn en dwangsom op voor het niet tijdig beslissen op de aanvraag.