ECLI:NL:RBDHA:2026:14680
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in-ontvangstneming verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 23 maart 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en wijst dit af omdat de rechtbank in een gelijktijdige uitspraak het beroep kennelijk ongegrond heeft verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in-ontvangstnemen van de asielaanvraag is afgewezen.