ECLI:NL:RBDHA:2026:14689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat eiser tweemaal is uitgenodigd voor een gehoor maar niet is verschenen, zonder dat aannemelijk is gemaakt dat hij de uitnodigingen niet heeft ontvangen. De minister mocht daarom afzien van een nieuw gehoor. Tevens mag de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen naleeft, tenzij eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van een structureel systeemfalen dat een uitzondering rechtvaardigt.
Eiser stelde dat er een reëel risico op schending van het non-refoulementbeginsel bestaat en dat effectieve rechtsbescherming in Zwitserland ontbreekt door taalbarrières en gebrek aan sociale kring. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet leiden tot een oordeel dat Zwitserland niet effectief rechtsbescherming biedt. Ook is geen sprake van onevenredige hardheid die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.