ECLI:NL:RBDHA:2026:14696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na verlenging verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Sierra Leoonse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die geldig was tot 14 februari 2030. Na beroep tegen een besluit van de minister, heeft de minister op 6 mei 2026 het verzoek om heroverweging toegewezen en een verblijfsvergunning verleend voor de periode van 13 december 2016 tot 13 december 2021. Vervolgens verlengde de minister op 19 mei 2026 de verblijfsvergunning tot 13 december 2026.
De rechtbank behandelde het beroep op 18 mei 2026 en schorste het onderzoek om verzoeker de mogelijkheid te geven een aanvraag tot verlenging in te dienen. Na de verlenging trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank de minister te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan verzoeker was tegemoetgekomen en daarom de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.868,-, moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier E.A. Ruiter en is openbaar gemaakt op 2 juni 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker van €1.868,- na verlenging van de verblijfsvergunning asiel.