Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Chinese nationaliteit, diende op 7 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht. Eiser stelde dat het besluit onvoldoende individueel gemotiveerd was en dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege schendingen van fundamentele rechten.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn beroep ondanks een mededeling dat hij met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank verwierp het standpunt dat het gebruik van standaardteksten in het voornemen onzorgvuldig was en bevestigde dat verweerder voldoende op de individuele omstandigheden was ingegaan.
Verder werd geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië van toepassing blijft, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Kroatië. Verweerder mocht de asielaanvraag terecht niet in behandeling nemen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.