Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
bovendien van belang is dat het in de Dublinprocedure slechts gaat om welk land verantwoordelijk is voor de asielaanvraag”, evenmin voldoende motivering om te komen tot het oordeel dat het minderjarige kind in dit geval niet in de gelegenheid gesteld had behoeven te worden om, ondanks haar nadrukkelijk verzoek daartoe, haar mening vrijelijk te geven. De rechtbank merkt op dat, hoewel de Dublinprocedure wezenlijk verschilt van de asielprocedure, dit niet maakt dat alleen daarom al kan worden geconcludeerd dat een begeleid minderjarig kind in het geheel niet in de gelegenheid behoeft te worden gesteld om zijn mening vrijelijk te uiten. [10] Dit volgt in tegenstelling tot hetgeen de minister heeft aangevoerd ook niet uit de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025. [11] De rechtbank verwijst hierbij ook op rechtsoverweging 11.2, waarin juist wordt bevestigd dat de Dublinprocedure een efficiënte inrichting van het proces van horen vraagt en aangeeft dat dit de verantwoordelijkheid van de minister is.