ECLI:NL:RVS:2025:3899
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Verplichting minister tot horen begeleide minderjarige vreemdelingen zonder zelfstandig asielmotief
Deze uitspraak betreft de vraag of uit artikel 24 van Pro het EU Handvest, in samenhang met artikel 3 en Pro 12 van het Kinderrechtenverdrag, een absolute verplichting volgt voor de minister om begeleide minderjarige vreemdelingen zonder zelfstandig asielmotief tussen 12 en 15 jaar altijd rechtstreeks te horen bij asielaanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat geen absolute verplichting bestaat, maar wel een verplichting om passende maatregelen te treffen zodat deze minderjarigen hun mening vrijelijk kunnen uiten en dat zij geïnformeerd moeten worden over hun recht om gehoord te worden. De minister heeft een werkwijze die voorziet in het horen van ouders tenzij een minderjarige of ouder verzoekt om rechtstreeks gehoord te worden. Deze werkwijze voldoet echter niet volledig aan de internationale verplichtingen, omdat minderjarigen onvoldoende worden geïnformeerd over hun recht op rechtstreeks horen.
De minister heeft in deze zaak [kind 1] ten onrechte niet gewezen op de mogelijkheid om een rechtstreeks gehoor te verzoeken, terwijl zij een cruciale rol speelt in het asielrelaas. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de besluitvorming over [kind 1] onzorgvuldig is geweest en dat de minister [kind 1] en [kind 2] moet uitnodigen voor een rechtstreeks gehoor of gemotiveerd moet afzien.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.