Eiseres, een Ghanees staatsburger, diende op 16 juli 2022 een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER. Na een simultaan gehoor en een afwijzend besluit van de minister, stelde eiseres bezwaar en beroep in. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond vanwege onvoldoende motivering van de minister, waarna een nieuw besluit volgde dat opnieuw werd aangevochten.
In het bestreden besluit stelde de minister dat eiseres en haar referent op essentiële punten tegenstrijdige verklaringen hadden afgelegd over hun relatie, zoals de eerste date, ontmoeting met kinderen, en gezamenlijke activiteiten. De overgelegde foto’s en getuigenverklaringen waren summier en namen de tegenstrijdigheden niet weg.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat er geen duurzame relatie bestaat en dat de hoorplicht niet is geschonden omdat in bezwaar geen nieuwe relevante stukken zijn overgelegd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.