Uitspraak
[eiseres],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
O.T.E. tegen Nederlandgeoordeeld dat Richtlijn nr. 2004/81/EG zich er niet tegen verzet dat tijdens de periode van de bedenktijd krachtens artikel 6, eerste lid, van die richtlijn, een overdrachtsbesluit wordt vastgesteld en voorbereidende maatregelen worden getroffen voor de uitvoering daarvan, mits deze voorbereidende maatregelen de bedenktijd niet van hun nuttige werking beroven. [6] De bedenktijd voor slachtoffers van mensenhandel sterkt ertoe te waarborgen dat de vreemdeling kan herstellen en zich kan onttrekken aan de invloed van de daders van de strafbare feiten waarvan hij of zij slachtoffer is of is geweest, zodat de vreemdeling een weloverwogen beslissing kan nemen om al dan niet met de bevoegde autoriteiten samen te werken. [7] De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op het doen van aangifte. De rechtbank betrekt daarbij dat eiseres op
11 februari 2026 een asielaanvraag heeft ingediend en sindsdien rechtsbijstand ontvangt. Eiseres is sinds 5 maart 2026 niet langer in bewaring gesteld en heeft vanaf dat moment de gelegenheid gehad zich te beraden op het doen van aangifte. Ten tijde van het onderzoek ter zitting heeft eiseres (nog) geen aangifte gedaan. Nu gedurende deze gehele periode geen uitzetting was gepland én er geen aanwijzingen bestonden dat het overdrachtsbesluit zou worden uitgevoerd, is eiseres materieel niet in haar mogelijkheden beperkt zoals de bedenktijd beoogt te waarborgen, zodat van een aantasting van de nuttige werking daarvan geen sprake is.