Eisers, ouders van referent, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun zoon in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat referent volgens hem in eigen onderhoud voorziet en daardoor niet onder het jongvolwassenenbeleid valt.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat referent daadwerkelijk in eigen onderhoud voorziet. De werkzaamheden in Jordanië betroffen vrijwilligerswerk en kortdurend werk tijdens vakantie, waarbij het verdiende geld voor het gezin werd gebruikt. Ook de werkzaamheden in Nederland waren kortdurend, deels als tegenprestatie in het kader van een bijstandsuitkering, en referent verrichtte inmiddels geen werk meer.
De rechtbank stelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met deze omstandigheden en het criterium onjuist heeft toegepast. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle feiten en omstandigheden betrokken moeten worden. Tevens moet de minister het griffierecht en proceskosten aan eisers vergoeden.