ECLI:NL:RBDHA:2026:14939
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tweede asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, heeft een tweede asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek op 2 juni 2026, waarbij eiser niet aanwezig was, maar zijn gemachtigde wel.
De minister had de rechtbank op 16 april 2026 geïnformeerd dat eiser met onbekende bestemming Nederland had verlaten. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met hem te hebben. Er waren geen aanwijzingen dat eiser nog belang had bij de procedure. Op grond van vaste jurisprudentie wordt aangenomen dat een vreemdeling die Nederland met onbekende bestemming verlaat geen prijs meer stelt op bescherming.
De rechtbank concludeerde dat het procesbelang van eiser was komen te vervallen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom ook afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de tweede asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.