ECLI:NL:RBDHA:2026:15001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees ELN en beschikbaar relocatiealternatief in Colombia
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door de gewapende groepering ELN na een incident waarbij haar ex-vriend werd beschoten. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres haar vrees niet aannemelijk had gemaakt en bescherming door de Colombiaanse autoriteiten mogelijk was.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van eiseres onvoldoende concrete aanwijzingen bevatten dat de ELN haar nog actief zoekt of zal doden bij terugkeer. Het feit dat zij na het incident ondergedoken is gegaan en het land heeft verlaten, verklaart het ontbreken van nieuwe bedreigingen. De minister mocht aannemen dat de ELN haar niet als een grote bedreiging ziet.
Daarnaast is vastgesteld dat relocatiemaatregelen van de Colombiaanse overheid een reëel beschermingsalternatief bieden. Hoewel de ELN in veel gebieden actief is, is zij niet overal aanwezig en heeft zij beperkte opsporingsmogelijkheden buiten haar territoriale overmacht. De rechtbank acht het redelijk dat eiseres zich elders in Colombia kan vestigen.
De zorg voor het zoontje van vier vormt geen reden om het relocatiealternatief af te wijzen, omdat medische noodzaken in een aparte procedure kunnen worden beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de vrees en het bestaan van een relocatiealternatief.