Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, vroeg op 4 januari 2026 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, gezien een eerdere asielaanvraag van eiser in Duitsland op 18 juli 2024 die op 18 december 2025 werd afgewezen.
Eiser voerde aan dat Duitsland zijn asielaanvraag niet goed heeft behandeld, dat hij psychische problemen en verslaving heeft ontwikkeld, en vreest dat hij bij overdracht aan Duitsland geen adequate behandeling krijgt en mogelijk onterecht wordt uitgezet. Hij stelde dat verweerder ten onrechte geen nader onderzoek heeft gedaan en zijn aanvraag niet aan zich heeft getrokken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank oordeelt dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij alleen kan worden afgeweken als sprake is van systematische tekortkomingen in Duitsland. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Ook zijn individuele omstandigheden zijn onvoldoende onderbouwd met medische stukken. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 3 juni 2026 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en geen systematische tekortkomingen zijn aangetoond.