ECLI:NL:RBDHA:2026:15016

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
NL25.43576
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 3 juni 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen, maar verweerder wel vertegenwoordigd was.

De rechtbank stelde vast dat eiser op 19 mei 2026 met onbekende bestemming is vertrokken zonder de gemachtigde of de rechtbank hiervan op de hoogte te stellen. De gemachtigde had sinds 6 april 2026 geen contact meer met eiser. Dit leidde tot de conclusie dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte internationale bescherming.

Daarom heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij de inhoudelijke beoordeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.43576
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M. Sanchez Rhemrev).

Procesverloop

Bij het besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2026 op een zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande afmelding, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
2. Het juridische uitgangspunt is dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, ervan uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt en de gemachtigde daaruit ook afleidt dat de vreemdeling door wil gaan met de procedure. [1] Daar is geen sprake van.
3. Bij bericht van 28 mei 2026 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiser op 19 mei 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht hierop te reageren. Uit het bericht van 2 juni 2026 volgt dat zij geen contact meer heeft met eiser en dat het laatste contact dateert van 6 april 2026, toen zij nog een e-mail van eiser heeft ontvangen. Dit alles leidt tot de conclusie dat eiser niet langer prijs stelt op de door hem aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen belang bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Zie in deze zin ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.