ECLI:NL:RBDHA:2026:15042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 1 september 2025, waarna een beslistermijn van zes maanden geldt, dus uiterlijk 1 maart 2026.
Eiser stelde de minister op 25 februari 2026 in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en hoefde niet te oordelen over een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M. Eradus op 15 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.