ECLI:NL:RBDHA:2026:15076

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
NL25.46964 en NL25.46967
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroepen tegen niet tijdig beslissen asielaanvragen uit Iran

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen van 16 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn zes maanden bedraagt, maar dat een besluitmoratorium voor Iraanse asielzoekers de termijn verlengt tot maximaal 21 maanden.

Hoewel de ingebrekestellingen van eisers prematuur waren omdat het moratorium toen nog niet van kracht was, zijn de beroepen ontvankelijk. De rechtbank stelt vast dat het moratorium ook van toepassing is op lopende aanvragen waarvoor de beslistermijn al is verstreken.

Omdat nog niet op de aanvragen is beslist en eisers niet onder uitzonderingen vallen, is de verlengde beslistermijn van toepassing. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Wel wordt eisers een proceskostenvergoeding toegekend vanwege het tijdig indienen van het beroep.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvragen worden ongegrond verklaard vanwege het besluitmoratorium dat de beslistermijn verlengt tot 21 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.46964 en NL25.46967

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer 1] ,
en [eiseres] ,eiseres,
V-nummer: [V-nummer 2] ,
hierna tezamen, eisers,
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eisers hebben op 26 september 2025 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen van 16 oktober 2024.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 [1] de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. [2] Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is. De beslistermijn zou daarom op 16 april 2025 eindigen.
3. Eisers stellen de Iraanse nationaliteit te hebben. Nadat eisers beroep hebben ingesteld, is een voor Iraanse vreemdelingen geldend besluitmoratorium in werking getreden.
4. Op grond van artikel 2 wordt Pro de beslistermijn, bedoeld in artikel 42 van Pro de Vw, voor asielaanvragen van uit Iran afkomstige vreemdelingen op grond van artikel 43, eerste lid, van de Vw verlengd met één jaar tot ten hoogste eenentwintig maanden.
5. De rechtbank stelt vast dat het besluitmoratorium nog niet van kracht was ten tijde van de door eisers ingediende ingebrekestellingen op 10 september 2025. Daarom kan niet worden geoordeeld dat deze prematuur zijn ingediend. Omdat de beroepen meer dan twee weken na de ontvangst van de ingebrekestelling zijn ingediend, is voldaan aan de eisen van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat de beroepen ontvankelijk is.
6. Dit laat echter onverlet dat op de datum van het van kracht worden van het
besluitmoratorium nog niet was beslist op de asielaanvraag van eisers. Zoals volgt uit de totstandkomingsgeschiedenis van (het huidige) artikel 43 van Pro de Vw is een besluitmoratorium ook van toepassing op asielaanvragen waarop nog niet is beslist. Daaronder zijn ook begrepen asielaanvragen waarvoor de beslistermijn al is verstreken op het moment van inwerkingtreding van het besluitmoratorium. Het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig beslissen zal dan, aldus deze totstandkomingsgeschiedenis, ongegrond verklaard kunnen worden omdat het besluitmoratorium inmiddels van toepassing is. [3] De rechtbank wijst ook op de rechtspraak van de Afdeling. [4]
7. Omdat nog niet op de asielaanvraag van eisers is beslist en niet is gebleken dat eisers vallen onder één van de in artikel 4 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium, is de beslistermijn verlengd tot ten hoogste eenentwintig maanden. De beslistermijn eindigt daarom op 16 juli 2026.
8. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen kennelijk ongegrond.
9. Omdat ten tijde van het indienen van de ingebrekestellingen het besluitmoratorium nog niet van kracht was, en eisers terecht beroep hebben ingediend, krijgen eisers wel een vergoeding voor de proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb [5] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen ongegrond;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzesenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
2.Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278.
3.Tweede Kamer 1998 – 1999, 26 732, nr. 3, p. 49 en Tweede Kamer 1998 – 1999, 26 732, nr. 7.
4.Zie rechtsoverweging 5.3 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3600.
5.Besluit proceskosten bestuursrecht.