Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie verlengde op 20 mei 2026 de maatregel van bewaring van eiser, een Algerijnse vreemdeling, die oorspronkelijk op 5 december 2025 was opgelegd. Eiser stelde dat het verlengingsbesluit te vroeg was genomen en dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting. Daarnaast voerde hij aan dat het beginsel van non-refoulement onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het verlengingsbesluit tijdig was genomen, aangezien de minister dit uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de zesmaandstermijn mocht doen. De materiële voorwaarden voor verlenging waren onbetwist en voldoende gemotiveerd. De rechtbank stelde vast dat de minister terecht kon concluderen dat eiser geen nieuwe feiten had ingebracht die het non-refoulementbeginsel in de weg stonden.
Verder bleek uit het dossier dat de Algerijnse autoriteiten op 16 mei 2026 een laissez-passer hadden toegezegd en dat op 21 mei 2026 een vlucht en justitiële documentatie waren aangevraagd, met een geplande uitzetting op 10 juni 2026. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de minister onvoldoende voortvarend handelde. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.