ECLI:NL:RVS:2012:BW0580
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging maximale bewaringsduur vreemdeling met oog op uitzetting
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de minister om de maximale bewaringsduur van zes maanden te verlengen met toepassing van artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De vreemdeling stelde dat het verlengingsbesluit onrechtmatig was omdat het te vroeg was genomen, zonder rekening te houden met de periode waarin zijn asielaanvraag werd behandeld en die niet onder de Terugkeerrichtlijn viel.
De Raad van State overwoog dat de periode van bewaring tijdens de asielprocedure wel moet worden meegeteld bij de berekening van de maximale bewaringstermijn van zes maanden, mits de bewaring met het oog op uitzetting is voortgezet. Tevens is vastgesteld dat een verlengingsbesluit niet eerder dan twee weken voor het einde van de termijn mag worden genomen, anders is het onrechtmatig. In deze zaak was het verlengingsbesluit echter tijdig genomen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het verlengingsbesluit rechtsgeldig was en wees het verzoek om schadevergoeding af. Hiermee werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Terugkeerrichtlijn en de nationale wetgeving omtrent de bewaring van vreemdelingen in het kader van uitzetting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verlengingsbesluit bevestigd.