ECLI:NL:RBDHA:2026:15092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit niet-ontvankelijk verklaard
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon die vanuit Oekraïne naar Nederland kwam en tijdelijk bescherming genoot op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, stelde beroep in tegen het besluit van 28 augustus 2023 waarin zijn recht op tijdelijke bescherming werd beëindigd en een terugkeerbesluit werd opgelegd.
Verweerder trok het besluit van 28 augustus 2023 op 29 januari 2024 in en stelde dat het verblijfsrecht van eiser van rechtswege eindigt op 4 maart 2024, zonder een nieuw terugkeerbesluit op te leggen. Eiser handhaafde zijn beroep, mede gericht tegen het intrekkingsbesluit.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen door het terugkeerbesluit in te trekken en geen nieuw terugkeerbesluit is opgelegd. Het enkel handhaven van het beroep voor meer duidelijkheid over het eerder genoten verblijfsrecht is onvoldoende.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 934,-. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M.A. Vinken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het recht op tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.