ECLI:NL:RBDHA:2026:15114
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang door COa wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de mededeling van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) dat zijn opvang per 3 juni 2026 wordt beëindigd. Eerder was een voorlopige voorziening getroffen die de opvang tot 2 juni 2026 voortzette om passende alternatieve opvang te zoeken.
Het COa heeft passende vervangende opvang aangeboden in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) nabij Ter Apel, waar verzoeker ook medische zorg kan ontvangen. Verzoeker heeft echter niet meegewerkt aan de overplaatsing en de locatie zelfstandig verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, omdat vervangende opvang beschikbaar is en verzoeker aanspraak kan maken op noodzakelijke medische zorg. Daarnaast is het beroep gericht tegen een feitelijke beëindiging van buitenwettelijke opvang, wat geen appellabel besluit is. Het beroep heeft daarom geen redelijke kans van slagen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt dat het COa niet gehouden is opvang te bieden aan personen die niet onder de in artikel 3 van Pro de Regeling vreemdelingenopvang genoemde categorieën vallen, tenzij sprake is van een acute medische noodsituatie, welke niet is aangetoond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van opvang door het COa wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen redelijke kans van slagen.