Eiser, een Pakistaanse christen, diende op 7 september 2023 een asielaanvraag in na een incident op zijn werk waarbij een collega hem vals beschuldigde van blasfemie en een fatwa tegen hem werd uitgevaardigd. Verweerder wees de aanvraag op 16 juli 2025 af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de problemen die eiser ondervond.
Tijdens de zitting op 2 september 2025 verzocht verweerder om aanhouding van de procedure om nader onderzoek te doen naar een kopie van de fatwa die eiser had overgelegd. Dit verzoek werd gehonoreerd, maar na drie maanden werd de kopie niet onderzocht en verweerder gaf geen duidelijke reden voor deze wijziging van standpunt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de fatwa niet is onderzocht en waarom de eerdere redenen voor onderzoek werden losgelaten. Ook is niet duidelijk gemaakt waarom eiser meer onderzoek had moeten doen naar de fatwa of waarom de familie van eiser geen problemen zou ondervinden. Hierdoor is het besluit in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en wordt het vernietigd.
Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.