Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Maatregel van bewaring
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 16 januari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat hij langer dan 24 uur in een politiecel had verbleven, wat volgens hem de bewaring onrechtmatig maakte. De rechtbank oordeelde dat het verblijf in de politiecel minder dan 24 uur bedroeg en dus niet te lang was.
Eiser stelde ook dat het Openbaar Ministerie toestemming had moeten geven voor zijn uitzetting vanwege een strafrechtelijke dagvaarding, maar de rechtbank volgde dit niet. Jurisprudentie leert dat toestemming van het OM niet vereist is voor het opleggen van bewaring, alleen voor overdracht of uitzetting.
De maatregel werd onderbouwd met zware en lichte gronden, waarvan enkele niet werden bestreden en als feitelijk juist werden aangenomen. Het zicht op overdracht naar Frankrijk was aanwezig vanwege een Eurodac-treffer en een verzoek om heroverweging bij de Franse autoriteiten. De rechtbank vond geen reden om vooruit te lopen op de uitkomst van die heroverweging.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.