Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
[geboortedag 5] 2016 en [minderjarige 4] is geboren op [geboortedag 6] 2017. Dit zijn de stiefdochters van eiser. De stiefdochters hebben de Nederlandse nationaliteit. Eisers partner heeft een verblijfsvergunning in Nederland voor verblijf bij haar Nederlandse kinderen.
O. en S. van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 december 2012 en gelet op wat is vastgesteld in IB 2023/31 onder 3.3. Verweerder heeft vervolgens medegedeeld een aanvullend besluit te zullen nemen. De rechtbank heeft de zaak daarom nogmaals aangehouden.
Chavez-Vilchez. Volgens verweerder komt eiser echter nog steeds niet in aanmerking voor vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het arrest Chavez-Vilchez, omdat eiser niet heeft aangetoond dat de afhankelijkheidsverhouding tussen eiser en zijn stiefdochters van een zodanige aard is dat zijn stiefdochters genoodzaakt zijn het grondgebied van de Unie te verlaten indien aan eiser geen verblijfsrecht wordt verleend. Eisers ingestelde beroep ziet ook op dit aanvullende besluit.
4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, eisers partner, de gemachtigde van eiser, D.K. Ehigiene als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Chavez-verblijfsrecht moet worden uitgegaan van samenwoning en dagelijkse betrokkenheid.
2 juni 2025. Op basis van de feiten en omstandigheden die op de hoorzitting naar voren zijn gekomen, is verweerder namelijk tot de conclusie gekomen dat sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM en dit zijn dezelfde feiten en omstandigheden die leiden tot de conclusie dat er sprake is van voornoemde afhankelijkheidsrelatie.
Conclusie en gevolgen
4 september 2023 en de aanvullende besluiten van 17 september 2025 en 10 april 2026. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand laten. De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit [12] . Dat houdt in dat aan eiser een afgeleid verblijfsrecht toekomt op grond van het arrest Chavez-Vilchez en artikel 20 van Pro het VWEU. Verweerder moet aan eiser een verblijfsdocument waaruit dit afgeleide verblijfsrecht volgt afgeven. Verweerder krijgt daarvoor een termijn van twee weken.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 4 september 2023 en de aanvullende besluiten van 17 september 2025 en 10 april 2026;
- herroept het primaire besluit van 29 november 2021;
- draagt verweerder op om het verblijfsdocument af te geven binnen twee weken;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.736,-.
mr.I.G.A. Karregat, griffier.