Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15407

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL25.60335
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 8:72 AwbArt. 15c KwalificatierichtlijnArt. 336 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over militaire dienstplicht en willekeurig geweld in Ternopil

Eiser, een Oekraïense asielzoeker uit Ternopil, vreesde terecht dat hij vanwege zijn handicap niet aan militaire dienst kan ontsnappen en dat hij slachtoffer kan worden van willekeurig geweld door raket- en droneaanvallen in zijn regio. De minister wees zijn asielaanvraag af, stellende dat hij geen gegronde vrees had voor vervolging of ernstige schade.

De rechtbank oordeelt dat eiser zijn vrees voor gedwongen mobilisatie aannemelijk heeft gemaakt, ondersteund door objectieve landeninformatie die schendingen van mensenrechten bij militaire werving in Oekraïne aantoont. De minister heeft dit onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende rekening gehouden met de actuele oorlogssituatie.

Daarnaast heeft de minister het relatief lagere niveau van willekeurig geweld in Ternopil onzorgvuldig beoordeeld door zich slechts op oude cijfers te baseren en recente ernstige aanvallen op burgerdoelen en energie-infrastructuur buiten beschouwing te laten. De rechtbank volgt de minister niet in diens interpretatie van de aard van de aanvallen.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.60335
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [geboortedag] 1985, van Oekraïense nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. F. Gieskes).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. De afwijzing van de asielaanvraag kan dus niet in stand blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in dit geding. Onder 3 staat een samenvatting van het asielrelaas van eiser. Onder 4 staat een omschrijving van het bestreden besluit. Vanaf 5 volgen de beroepsgronden van eiser en het oordeel van de rechtbank daarover. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 18 mei 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
2.1.
De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 december 2025 afgewezen als ongegrond.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, A. Avakyam-Gouloyom als tolk in de taal Russisch, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelaas
3. Eiser verklaart dat hij niet terug wil naar Oekraïne omdat hij de algemene situatie aldaar vreest. Er vinden in Ternopil, waar eiser vandaan komt, raket- en droneaanvallen plaats. Verder vreest eiser bij de grens te worden opgepakt en naar het front te worden gestuurd om de militaire dienst te vervullen. Eiser wil niet dienen omdat hij geen vertrouwen heeft in de Oekraïense overheid vanwege ervaren corruptie en onvrede over het regeringsbeleid. Ook heeft hij een vrouw en kinderen voor wie hij moet zorgen en vreest hij zijn leven te verliezen.
Bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst; en
- dat eiser in aanmerking komt voor militaire dienst.
4.1.
De minister vindt de asielmotieven geloofwaardig. De minister toetst de asielmotieven op zwaarwegendheid.
4.2.
De minister concludeert dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag [1] . De minister vindt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor vervolging omdat hij de militaire dienst moet vervullen. Ten eerste is niet aannemelijk dat eiser discriminatoir of disproportioneel wordt bestraft voor zijn dienstweigering. Ten tweede heeft eiser geen ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren tegen de dienstplicht. Ten derde heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zal worden gedwongen tot het plegen van misdaden.
4.3.
Verder vindt de minister dat eiser bij terugkeer naar Oekraïne geen reëel risico loopt op ernstige schade. In Ternopil is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld als gevolg van raket- of droneaanvallen. Het is daarom aan eiser om aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Dat eiser blind is aan één oog, is hiervoor niet voldoende, vanwege het relatief lagere niveau van willekeurig geweld in Ternopil.
4.4.
De minister wijst de asielaanvraag af als ongegrond. Ook legt de minister een terugkeerbesluit op met een vertrektermijn van vier weken.
Vluchtelingschap
5. Eiser voert ten eerste aan dat de minister niet heeft onderkend dat hij gelet op de mobilisatiemethoden waarschijnlijk niet eens de kans krijgt om dienst te weigeren, ook al is hij blind aan één oog. Eiser meent dat hij bij de grens meteen zal worden opgepakt en naar het front zal worden gestuurd. Eiser wijst op de bij de zienswijze overgelegde brief van VluchtelingenWerk van 27 november 2025 met landeninformatie. Daarin staat onder andere dat gehandicapten worden gerekruteerd.
6. De minister stelt zich op het standpunt dat niet aannemelijk is dat eiser gemobiliseerd zal worden zonder een kans te krijgen om dienst te weigeren. Niet is gebleken dat eiser een oproepbrief voor de militaire dienst heeft gehad. Ook is eiser nog niet medisch gekeurd. Eiser riskeert daarom hoogstens een geldboete. Dat volgt uit artikel 336 van Pro het wetboek van strafrecht van Oekraïne.
7. De rechtbank is van oordeel dat eiser zijn vrees om geen dienst te kunnen weigeren ondanks zijn handicap, aannemelijk heeft gemaakt. In de landeninformatie die eiser heeft overgelegd, is voor deze vrees voldoende objectieve steun te vinden. Zo volgt uit informatie van de
Commissioner for Human Rightsvan de Raad van Europa dat schendingen van mensenrechten door Oekraïense militaire wervingsfunctionarissen systematisch en wijdverbreid zijn geworden. [2] Dergelijke schendingen omvatten volgens deze bron onder andere mobilisatie van mensen met een handicap. [3] Verder vermeldt
Danish Refugee Councildat mannen vaak bij checkpoints worden aangehouden en met geweld worden meegenomen naar een rekruteringsbureau waar ze onder druk worden gezet om voor ontvangst van de oproepbrief te ondertekenen:
‘According to the source, people are often stopped to have their documents checked. There are reports of men being stopped at checkpoints in their cars and taken by force to a military recruitment centre and they use pressure to make them sign the notification letter. For instance, there are examples presented in mass media and from official comments from the law-enforcement authorities of beatings and other measures at recruitment centres against men refusing to sign to put pressure on them. Once someone has been brought to the military territorial centres, they have limited options to protect themselves from forceful mobilisation. According to the source, the cases with physical violence happen as isolated cases, whereas cases with psychological pressure are more common, especially when persons are stopped during the checks.’ [4]
7.1.
De minister heeft hier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende landeninformatie tegenovergesteld. De minister baseert zijn standpunt op de wetgeving in Oekraïne, maar uit de hierboven genoemde landeninformatie blijkt dat die wetgeving op dit moment niet altijd wordt nageleefd. Dat is gelet op de huidige oorlogssituatie in Oekraïne ook niet bevreemdend. Het standpunt van de minister dat niet aannemelijk is dat eiser gemobiliseerd zal worden zonder een kans te krijgen om dienst te weigeren, is dan ook onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
7.2.
De beroepsgrond slaagt.
Onevenredige bestraffing
8. Nu de rechtbank aannemelijk acht dat eiser de dienstplicht niet zal kunnen weigeren, behoeft de beroepsgrond van eiser over onevenredige bestraffing bij dienstweigering geen bespreking meer.
Willekeurig geweld (artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn)
9. Eiser kan zich verder niet verenigen met het standpunt van de minister dat hij zijn vrees voor de algemene veiligheidssituatie in Oekraïne niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij voert aan dat Oekraïne vanwege de drone- en raketaanvallen voor niemand veilig is. Hij wijst daarbij op recente landeninformatie over dergelijke aanvallen in Ternopil. Amnesty International bericht dat Rusland op 19 november 2025 luchtaanvallen op appartementencomplexen in Ternopil heeft uitgevoerd, waarbij 38 burgers zijn overleden en 99 burgers gewond zijn geraakt. [5] UNHCR [6] meldt dat deze luchtaanval een van de dodelijkste in West-Oekraïne is sinds het begin van de grootschalige oorlog in 2022. [7] UNHCR stelt daarbij dat uit de aanval blijkt dat geen enkel deel van Oekraïne veilig is, en moedigt landen aan om vluchtelingen uit Oekraïne te beschermen. ACLED meldt dat er in de periode van 21 maart tot en met 3 april 2026 droneaanvallen op Ternopil plaatsvonden. [8] United24 bericht dat Rusland deze aanvallen opzettelijk richt op ‘
civilian infrastructure’. [9] Ukrinform meldt dat bij een Russische droneaanval in de regio Ternopil energiecentrales zijn beschadigd waardoor 70.000 mensen zonder stroom zitten. [10]
9.1.
Op de zitting heeft eiser gesteld dat er ook op 1 mei 2026 nog een droneaanval op Ternopil heeft plaatsgevonden waarbij negen mensen gewond zijn geraakt.
10. De minister stelt zich op het standpunt dat hij op basis van de cijfers van ACLED kan vaststellen dat er in Ternopil sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Uit deze cijfers blijkt dat tussen 14 november 2024 en 14 november 2025 in totaal één burgerslachtoffer viel in Ternopil. Gelet op het zeer geringe aantal, wordt voor Ternopil niet aangenomen dat sprake is van een gewapend conflict waarbij burgers het risico lopen willekeurig slachtoffer te worden van het geweld. Uit de recente kaart van ACLED waarop de aanvallen in het hele land te zien zijn, volgt dat de grensregio van Oekraïne met Rusland het ergste geweld ondervindt. [11] Er is kennisgenomen van de Russische aanval op Ternopil op 19 november 2025. De minister onderkent dat dit een ernstig incident is waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen. Het enkele plaatsvinden van een dergelijke aanval betekent volgens de minister echter nog niet dat daarmee thans sprake is van een situatie waarin iedere burger puur door aanwezigheid in Ternopil een reëel risico loopt op ernstige schade. Uit de beschikbare openbare bronnen blijkt dat deze aanval gericht was op het uitschakelen van energie-infrastructuur, waarmee de aanval past in een breder patroon van aanvallen op energiecentrales en andere belangrijke faciliteiten voor energievoorzieningen en niet op willekeurige gebouwen of burgerdoelen in Ternopil. Niet kan worden vastgesteld dat Ternopil wordt getroffen door een voortdurend of structureel patroon van dagelijks willekeurig geweld, of dat de stad behoort tot gebieden waar burgers in het algemeen worden geconfronteerd met aanhoudende grootschalige aanvallen.
11. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit standpunt onzorgvuldig heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank licht dat hierna toe.
11.1.
Uit rechtspraak van het Hof van Justitie [12] volgt hoe de minister moet vaststellen of sprake is van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in de zin van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn [13] . In deze rechtspraak is overwogen dat lidstaten in de beoordeling niet alleen het aantal burgerslachtoffers moeten betrekken, maar alle concrete omstandigheden van het geval, waaronder de intensiteit van de gewapende confrontaties, het organisatieniveau van de betrokken strijdkrachten, de duur van het conflict, de geografische omvang van de situatie van willekeurig geweld, de daadwerkelijke bestemming van de verzoeker in geval van terugzending naar het betrokken land of gebied en het eventueel opzettelijke geweld dat door de strijdende partijen wordt uitgeoefend tegen burgers. [14] Op vergelijkbare wijze heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geoordeeld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of zich een situatie voordoet van extreem algemeen geweld, de hoogste trede van artikel 3 van Pro het EVRM. [15]
11.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister in de beoordeling ten onrechte geen rekening heeft gehouden met alle relevante omstandigheden van het willekeurige geweld in Ternopil. De minister heeft geen beleid over het niveau van willekeurig geweld in Oekraïne. De minister baseert zijn standpunt over de mate van willekeurig geweld in Ternopil enkel op de cijfers van ACLED over het aantal burgerslachtoffers in de periode tussen
14 november 2024 en 14 november 2025. Uit de landeninformatie die eiser heeft overgelegd, volgt dat er recent aanvallen hebben plaatsgevonden waarbij veel meer burgerslachtoffers zijn gevallen en mensen gewond zijn geraakt. Ook volgt daaruit dat de aanvallen steeds vaker voorkomen. Door zich enkel te baseren op de cijfers tot 14 november 2025, heeft de minister de latere aanvallen op Ternopil onvoldoende kenbaar betrokken in de beoordeling.
11.3.
Verder volgt de rechtbank de stelling van de minister niet dat de aanval van
19 november 2025 gericht was op het uitschakelen van energie-infrastructuur, en daarmee niet op burgerdoelen in Ternopil. Uit de landeninformatie die eiser heeft overgelegd, blijkt dat de aanval wel op burgerdoelen was gericht. Amnesty International vermeldt immers dat bij de aanval appartementencomplexen zijn geraakt.
11.4.
Bovendien is de rechtbank van oordeel dat de minister de Russische aanvallen op de energie-infrastructuur ten onrechte niet relevant vindt voor de beoordeling in het kader van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Het gevolg van deze aanvallen is dat burgers geen elektriciteit hebben. Dit leidt tot slechte humanitaire omstandigheden die het gevolg zijn van het handelen van een actor van ernstige schade die partij is bij een gewapend conflict. Deze omstandigheden moeten volgens rechtspraak van de Afdeling [16] wel degelijk ook worden betrokken in de beoordeling. [17]
11.5.
De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, neergelegd in de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb [18] . De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen.
13. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
14. Omdat het beroep gegrond is moet de minister de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
2.Council of Europe, Commissioner for Human Rights, ‘Memorandum on human rights elements for peace in Ukraine’, 8 juli 2025, pagina 20, onder 49, https://www.ecoi.net/en/file/local/2127468/CommHR(2025)38_Memorandum%20on%20human%20rights%20elements%20for%20peace%20in%20Ukraine.pdf.
3.Ibid.
4.Danish Refugee Council, Centre for Documentation and Counter Terrorism, ‘Ukraine Mobilisation’, maart 2024, pagina 84, onder 17, https://www.ecoi.net/en/file/local/2108000/ukraine-mobilisation-2024-til-usdk.pdf.
5.Amnesty International, ‘Ukraine: on eve of festive winter period Russia relentlessly continues aerial strikes, at tragic human cost’, 23 december 2025, https://www.ecoi.net/en/file/local/2134865/EUR5005882025ENGLISH.pdf. Vergelijk ook: ESCP International Politics Society, ‘A day in Ternopil, Ukraine’, 6 februari 2026, https://pppescp.com/2026/02/06/a-day-in-ternopil-ukraine/.
6.Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen.
7.UNHCR, ‘UNHCR news comment: Deadly attacks in Western Ukraine show no part of country is safe’, 20 november 2025, https://www.unhcr.org/news/press-releases/unhcr-news-comment-deadly-attacks-western-ukraine-show-no-part-country-safe
8.ACLED, ‘Ukraine war situation update | 21 – 27 March 2026’, 1 april 2026, https://acleddata.com/update/ukraine-war-situation-update-21-27-march-2026. ACLED, ‘Ukraine war situation update | 28 March – 3 April 2026’, 15 april 2026, https://reliefweb.int/report/ukraine/ukraine-war-situation-update-28-march-3-april-2026.
9.United24, ‘Russia’s Massive Drone Assault Ravages Western and Central Ukrainian Cities’, 24 maart 2026, https://united24media.com/latest-news/russias-massive-drone-assault-ravages-western-and-central-ukrainian-cities-17222.
10.Ukrinform, ‘Russian drone attack damages energy facilities in Ternopil region, 70,000 left without power’, 24 maart 2026, https://reliefweb.int/report/ukraine/ukraine-war-situation-update-28-march-3-april-2026.
11.ACLED, ‘Ukraine Conflict Monitor’, https://acleddata.com/monitor/ukraine-conflict-monitor.
12.Arrest van het Hof van Justitie van Europese Unie van 10 juni 2021, C-901/19 (CF en DN) ECLI:EU:C:2021:472.
13.Richtlijn 2011/95/EU.
14.Arrest van het Hof van Justitie van Europese Unie van 10 juni 2021, C-901/19 (CF en DN) ECLI:EU:C:2021:472, overweging 43 en 45. Vergelijk ook overweging 241 van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 28 juni 2011, 8319/07 en 11449/07 (Sufi en Elmi), ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907.
15.Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 28 juni 2011, 8319/07 en 11449/07 (Sufi en Elmi), ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907.
16.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
17.Uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3153, onder 4.2.
18.Algemene wet bestuursrecht.