Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15417

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL25.60206 en NL25.60207
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse homoseksuele asielzoeker met Biafra achtergrond

Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 20 april 2023 een asielaanvraag in met het verzoek om bescherming vanwege zijn homoseksualiteit en problemen door zijn Biafra herkomst. Verweerder verklaarde de aanvraag op 2 december 2025 kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op.

De rechtbank beoordeelde het beroep op 21 mei 2026 en oordeelde dat eiser onvoldoende geloofwaardig was in zijn identiteit en asielmotieven. Eiser had geen documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn identiteit en had zijn asielaanvraag niet tijdig ingediend. Zijn verklaringen over homoseksualiteit en de problemen vanwege zijn Biafra achtergrond werden als niet samenhangend en onvoldoende aannemelijk beoordeeld.

De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken in het bestreden besluit. Ook de overgelegde verklaring over de betrokkenheid van zijn broer bij MASSOB werd niet als ondersteunend erkend. De rechtbank concludeerde dat eiser geen risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Nigeria.

Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.60206 (beroep)
NL25.60207 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser],

geboren op [geboortedag] 1997, van Nigeriaanse nationaliteit, eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. B.H. Werink),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. G. Erdal).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiser tegen de kennelijke ongegrondverklaring van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Eiser heeft op 20 april 2023 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 2 december 2025 kennelijk ongegrond verklaard. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
1.2.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Abdulla als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiser heeft eerder op 31 december 2019 een eerste asielaanvraag in Nederland ingediend. Deze aanvraag is door verweerder met het besluit van 28 februari 2020 niet in behandeling genomen omdat Duitsland hiervoor verantwoordelijk was. Uiteindelijk is de overdracht van eiser geannuleerd omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. Vervolgens heeft eiser op 28 april 2021 wederom een asielaanvraag ingediend, welke door verweerder met het besluit van 6 mei 2021 niet in behandeling is genomen. Ook deze keer is eiser met onbekende bestemming vertrokken, waardoor de overdracht naar Duitsland niet heeft kunnen plaatsvinden. De huidige aanvraag van eiser is wel in behandeling genomen omdat er geen claimverzoek is ingediend bij de Duitse autoriteiten.
Asielrelaas
5. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij homoseksueel is en dat hij in Nigeria meermaals is betrapt tijdens homoseksuele activiteiten. Ook heeft eiser verklaard dat hij problemen heeft gehad omdat hij Igbo is en afkomstig uit het Biafra gebied (hierna aan te duiden als ‘Biafra herkomst’). Bij terugkeer vreest eiser te worden vervolgd vanwege zijn homoseksualiteit en zijn Biafra herkomst.
Bestreden besluit
6. Volgens verweerder bestaat het asielrelaas van eiser uit de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen;
  • problemen vanwege Biafra herkomst.
6.1.
Verweerder heeft de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De identiteit van eiser is ongeloofwaardig geacht omdat hij geen documenten heeft overgelegd om zijn identiteit mee te onderbouwen. Eiser zijn relaas is in grote lijnen niet geloofwaardig en hij heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend. De homoseksualiteit van eiser en de daaruit voortvloeiende problemen en de problemen vanwege zijn Biafra herkomst zijn door verweerder eveneens ongeloofwaardig geacht omdat de verklaringen van eiser volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
Identiteit
7. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte beweert dat hij geen inspanning heeft verricht om zijn identiteit te staven door zijn geboorteakte niet op te vragen bij de Duitse autoriteiten. Duitsland stuurt namelijk geen documenten op naar asielzoekers die in het buitenland verblijven. Door dit aan eiser tegen te werpen is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek in het bestreden besluit.
7.1.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het enkele vermoeden van eiser dat hij zijn geboorteakte niet terug zal krijgen onvoldoende is om geen inspanning te verrichten om het document terug te krijgen. Het is in de eerste plaats aan eiser om zijn asielaanvraag te staven. Eiser heeft geen enkele poging gedaan om te proberen het document te verkrijgen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit niet ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen en het door verweerder verrichte onderzoek bij deze stand van zaken voldoende zorgvuldig was. De beroepsgrond slaagt niet.
Moment indienen asielaanvraag
8. Eiser stelt dat verweerder hem ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Eiser is twee keer ondergedoken toen hij overgedragen zou worden omdat zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland was afgewezen. Dit heeft hij gedaan uit angst dat zijn asielaanvraag daar opnieuw afgewezen zou worden. Door dit aan eiser tegen te werpen is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat eiser zijn asielaanvraag niet tijdig heeft ingediend en dit in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd. De angst van eiser om terug te keren naar Duitsland omdat zijn asielaanvraag daar eerder was afgewezen is geen verschoonbare reden voor het feit dat eiser zich in Nederland tweemaal aan het toezicht heeft onttrokken en met onbekende bestemming is vertrokken. Daarnaast heeft eiser zich anderhalf jaar later pas weer gemeld om wederom een asielaanvraag in te dienen.
Relaas in grote lijnen niet geloofwaardig
9. Volgens eiser heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het asielrelaas van eiser in grote lijnen niet geloofwaardig is geacht. De enkele constatering daarvan in randnummer 1.4. van het bestreden besluit volstaat volgens eiser niet.
9.1.
In randnummer 1.4. van het bestreden besluit licht verweerder toe waarom de eerdere proceshouding van eiser afbreuk doet aan zijn geloofwaardigheid. Eiser heeft zich verschillende keren aan het toezicht onttrokken. Verweerder betrekt daarbij blijkens het bestreden besluit ook hetgeen op pagina 3 en 4 van het voornemen overwogen is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee voldoende gemotiveerd op welke gronden verweerder het asielrelaas van eiser in grote lijnen niet geloofwaardig acht.
Geloofwaardigheid homoseksualiteit
10. Eiser heeft aangevoerd dat de geloofwaardigheidsbeoordeling van zijn gestelde homoseksualiteit op diverse onderdelen zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken kent. Volgens eiser is zijn homoseksualiteit wel degelijk geloofwaardig, indien deze gebreken in ogenschouw worden genomen.
10.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit niet ten onrechte eiser zijn homoseksualiteit ongeloofwaardig geacht. De rechtbank zal dit hierna voor elk van de door eiser in beroep betwiste onderdelen van de beoordeling door verweerder bespreken en daarin de gestelde zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken meenemen.
Verklaringen over ontdekking homoseksualiteit
11. Eiser voert aan dat verweerder in het bestreden besluit heeft miskend dat hij een worsteling heeft doorgemaakt met betrekking tot zijn seksualiteit. Eiser heeft uitgebreid verklaard over zijn proces van ontdekking van homoseksualiteit op twaalfjarige leeftijd. Dit proces is bij een twaalfjarige anders dan bij een ouder persoon. Eiser verwijst hierbij naar de uitspraken van de Afdeling [1] van 24 november 2024 [2] en 14 april 2022 [3] , waarin is geoordeeld dat van een inmiddels volwassen vreemdeling niet verwacht kan worden dat hij beter uit kan leggen hoe de worsteling met zijn geaardheid is geweest. Ook moet verweerder volgens die uitspraken bij de beoordeling kenbaar aangeven of het feit dat eiser weinig details over een relatie geeft en moeite heeft met het omschrijven van zijn gevoelens daarover passend kan zijn bij de jonge leeftijd. Tevens heeft eiser bij zijn gehoor deels in het Engels met de tolk gepraat omdat de tolk in het Igbo de woorden van eiser niet goed kon omzetten. Volgens eiser is hierdoor in het bestreden besluit sprake van een motiveringsgebrek en een zorgvuldigheidsgebrek.
11.1.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser onvoldoende diepgaand, persoonlijk en authentiek heeft verklaard over de ontdekking van zijn homoseksualiteit. Verweerder heeft bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielmotief de leeftijd waarop eiser ontdekte dat hij homoseksueel was, meegewogen. Eiser gaat hierbij voorbij aan het feit dat door verweerder is toegelicht dat van hem meer authentieke en persoonlijke verklaringen verwacht mogen worden omdat hij al geruime tijd heeft gehad om te reflecteren op zijn persoonlijke gevoelens en beleving ten aanzien van homoseksualiteit.
11.2.
De rechtbank volgt ook niet dat de gestelde tegenstrijdigheden het gevolg zijn van het feit dat de tolk tijdens het gehoor niet alle woorden van eiser goed kon omzetten vanuit het Igbo en toen deels is overgeschakeld op het Engels. Gesteld noch gebleken is tot welke concrete problemen dit heeft geleid bij de beoordeling van het asielrelaas van eiser. Van een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake.
Verklaringen over relaties
12. Verweerder heeft volgens eiser ten onrechte aan hem tegengeworpen dat hij onvoldoende diepgaand en authentiek heeft verklaard over zijn relaties. Het bestreden besluit kent op dit punt een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Met betrekking tot zijn relaties in Nigeria heeft verweerder volgens eiser te weinig bij de beoordeling betrokken dat eiser nog jong was. Van een relatie uit die tijd kunnen geen al te diepgaande verklaringen worden verwacht. Voor wat betreft zijn relaties als volwassene heeft eiser verklaard dat hij in 2024 in Nederland een relatie heeft gehad met [naam]. In de zienswijze heeft hij uitgelegd waarom zijn verklaringen over [naam] wellicht wat oppervlakkig en algemeen zijn, maar dit komt omdat het contact is verbroken voordat de relatie verder kon uitdiepen. Eiser heeft wel degelijk verklaard dat hij [naam] aantrekkelijk vond, rustig, vriendelijk en romantisch. Dat volstaat voor een prille relatie.
12.1.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser onvoldoende diepgaand en authentiek heeft verklaard over zijn relaties met mannen. Naar het oordeel van de rechtbank is van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek geen sprake. Voor wat betreft zijn gestelde relaties als jongere verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor reeds is uiteengezet; verweerder werpt eiser niet de inhoud van zijn verklaringen tegen, maar het feit dat de verklaringen van eiser, terugkijkend op die tijd, van onvoldoende diepgang en authenticiteit getuigen. Dat kon verweerder volgens de rechtbank doen, gelet op de aard van de verklaringen van eiser. Voor wat betreft de gestelde relatie met [naam] volgt de rechtbank verweerder dat zelfs ten aanzien van een prille relatie meer diepgaande verklaringen verwacht mogen worden. Zeker waar het een relatief recente relatie als volwassene met een man in Nederland betreft, had het volgens de rechtbank op de weg van eiser gelegen om aan (het ontstaan en einde) van die relatie meer context te geven (plek van ontmoeting, aard van de gezamenlijke activiteiten etc.).
Verklaringen over gevoelens voor vrouwen
13. Eiser betwist niet dat hij wisselend heeft verklaard over zijn contacten met vrouwen. Hij stelt echter dat dit een gevolg is van de worsteling die hij daarover heeft gehad. Het was in zijn cultuur namelijk vanzelfsprekend dat zijn gevoelens uit zouden gaan naar vrouwen. Eiser merkte later pas dat hij afweek van de geldende norm en geen gevoelens van verliefdheid voor vrouwen kon hebben. Door dit aan eiser tegen te werpen is er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
13.1.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat sprake is van tegenstrijdigheden die niet te verklaren zijn door een proces van worsteling met de seksuele gerichtheid. Eiser heeft enerzijds verklaard gevoelens te hebben voor vrouwen en anderzijds verklaard nooit gevoelens te hebben gehad voor meisjes. Ook heeft eiser na zijn vlucht uit Nigeria nog seksueel contact gehad met een vrouw, terwijl eiser eerder heeft verklaard dat hij in Nigeria voor het laatst een meisje heeft aangeraakt. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarmee geen sprake van een motiveringsgebrek.
Verklaringen over asielmotieven in Duitsland en Italië
14. Eiser heeft ook verklaard dat hij in de asielprocedure in Italië zijn homoseksualiteit heeft benoemd en erkend dat hij in de asielprocedure in Duitsland de term biseksueel heeft gebruikt. Hij stelt echter niet te hebben geweten dat er tussen de twee termen een verschil zat. In Nederland heeft hij zijn homoseksualiteit niet genoemd omdat zijn eerste procedure in Nederland een Dublin-procedure was. In de huidige procedure heeft eiser wel vanaf het begin zijn homoseksualiteit benoemd. Dat is waar het volgens eiser over zou moeten gaan. Volgens eiser is hierdoor sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
14.1.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser in Duitsland en Italië wisselend heeft verklaard over zijn asielmotieven. Zo heeft eiser verklaard dat hij in Italië zijn homoseksualiteit niet heeft benoemd omdat hij niet wist in welke landen homoseksualiteit gelegaliseerd was. Dit is tegenstrijdig met de verklaring in de zienswijze dat hij zijn homoseksualiteit in Italië wel heeft benoemd. In de latere procedure in Duitsland heeft eiser vervolgens de term biseksualiteit gebruikt. Verweerder mocht deze kennelijke tegenstrijdigheden naar het oordeel van de rechtbank betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielmotief, gelet op de hele voorgeschiedenis van de onderhavige aanvraag en hetgeen verweerder daarover heeft overwogen met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas in grote lijnen. Het besluit is voldoende gemotiveerd op dit punt.
Verklaringen over problemen door homoseksualiteit
15. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte zijn verklaringen over de problemen als gevolg van zijn homoseksualiteit niet overtuigend heeft geacht. Verweerder gaat voornamelijk in op de risico’s die eiser heeft genomen met zijn vriendjes in Nigeria, terwijl hij zich in Libië en Niger wel heeft kunnen bedwingen. De situatie van eiser in Libië en Niger was echter heel anders, aangezien hij op doorreis was en niet in de positie zat om relaties aan te gaan. Door dit aan eiser tegen te werpen is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
15.1.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat de verklaringen van eiser over zijn problemen als gevolg van zijn homoseksualiteit ongeloofwaardig geacht kunnen worden. Eiser heeft namelijk risico’s genomen in Nigeria met zijn vriendjes terwijl hij wist welke gevolgen hieraan vast konden zitten. Daarnaast zegt eiser tot drie keer toe zonder problemen weg te zijn gekomen na betrappingen, terwijl homoseksualiteit absoluut niet geaccepteerd is in de maatschappij. Deze verklaringen van eiser komen niet overeen met de beschikbare openbare informatie over de situatie van homoseksuelen in Nigeria. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake van een motiveringsgebrek.
Biafra herkomst
16. Tot slot voert eiser aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij bij terugkeer naar Nigeria geen problemen zal ondervinden vanwege zijn Biafra herkomst. In beroep heeft eiser een schriftelijke verklaring overgelegd die onder ede is afgelegd welke onderbouwt dat zijn broer aangesloten is bij MASSOB [4] , waardoor eiser zelf ook gevaar loopt. Het feit dat eiser geen problemen heeft ondervonden vanwege de activiteiten van zijn broer voor zijn vlucht uit Nigeria, komt volgens eiser doordat de demonstratie waardoor zijn broer werd gezocht pas vlak voor zijn vlucht heeft plaatsgevonden. Door dit aan eiser tegen te werpen is er sprake van zowel een motiveringsgebrek als een zorgvuldigheidsgebrek in het bestreden besluit.
16.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de problemen van eiser vanwege zijn Biafra herkomst ongeloofwaardig heeft geacht en dat van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek met betrekking tot zijn Biafra herkomst geen sprake is. Eiser heeft nagelaten om de familieband met zijn gestelde broer aannemelijk te maken middels objectiveerbare bewijsmiddelen. Verder heeft eiser ook niet samenhangend en aannemelijk verklaard over zijn problemen vanwege zijn Biafra herkomst. Eiser heeft immers zelf eerder verklaard nooit problemen te hebben gehad met de autoriteiten behalve met betrekking tot zijn gestelde homoseksualiteit. [5]
16.2.
Over de in beroep overgelegde verklaring oordeelt de rechtbank in dat verband als volgt. Deze verklaring, die is opgesteld op verzoek van eiser, is afgegeven door een persoon waarvan de identiteit niet te verifiëren is door middel van objectiveerbare documenten. Ook ondersteunt de verklaring de eigen verklaringen van eiser niet. In het document staat namelijk dat eiser als gevolg van de activiteiten van zijn broer bedreigd werd met arrestatie en detentie, terwijl eiser zelf heeft verklaard nooit persoonlijk daadwerkelijke problemen te hebben ondervonden met de autoriteiten. Als gevolg hiervan kan de verklaring niet gezien worden als ondersteuning van het asielrelaas. De beroepsgrond slaagt niet.
Artikel 3 van Pro het EVRM [6]
17. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar Nigeria geen risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Naast het feit dat beide asielmotieven van eiser ongeloofwaardig zijn geacht heeft eiser geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat hij wel een risico zou lopen bij terugkeer.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
19. Nu op het beroep is beslist bestaat er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.
20. De rechtbank ziet geen aanleiding om de proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.60206:
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.60207:
- wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F.A.M. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. B. Kingma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.Movement for the Actualization of the Sovereign State of Biafra.
5.Rapport nader gehoor, pagina 27.
6.Verdrag inzake de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.