Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15427

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/7796
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5b AWRArt. 1a Uitvoeringsregeling AWR 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ANBI-status voor lokale welzijnsvereniging wegens onvoldoende algemeen nut

Eiseres, een vereniging die lokaal welzijnswerk en jeugdwerk verricht, verzocht om de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Verweerder wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiseres stelde dat zij voldoet aan de voorwaarden voor ANBI-status, onder meer door haar statuten, beleidsplan en activiteiten die gericht zijn op maatschappelijke bewustwording en ontwikkeling van jongeren.

De rechtbank beoordeelde of eiseres voldoet aan de kwalitatieve toets van artikel 5b, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), die bepaalt dat de instelling nagenoeg uitsluitend het algemeen nut moet dienen. Hoewel de rechtbank erkent dat de activiteiten van eiseres openstaan voor iedereen en een maatschappelijke functie vervullen, concludeert zij dat onvoldoende is aangetoond dat het algemeen belang rechtstreeks en nagenoeg uitsluitend wordt gediend. De activiteiten lijken vooral gericht op de ontwikkeling van individuele jongeren binnen de eigen ledenkring.

Eiseres voerde tevens een beroep in op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat vergelijkbare instellingen wel ANBI-status hebben. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van feitelijk en rechtens gelijke gevallen, mede vanwege verschillen in rechtsvorm en activiteiten.

Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om ANBI-status af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ANBI-status wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de vereniging nagenoeg uitsluitend het algemeen nut dient.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 25/7796

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking van 17 maart 2025 het verzoek van eiseres om te worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (ANBI) afgewezen.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 24 september 2025 het besluit gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 april 2026.
Namens eiseres is [naam] verschenen (kantoorgenoot van de gemachtigde). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [medewerker belastingdienst 1],
mr. [medewerker belastingdienst 2] en mr. drs. [medewerker belastingdienst 3].

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, en een voortzetting van de in 1886 opgerichte [vereniging 1] en de in 1936 opgerichte [vereniging 2]. Zij verricht lokaal welzijnswerk en jeugdwerk in [plaats].
2. Op 16 december 2024 heeft verweerder een formulier aanvraag ANBI-beschikking van eiseres ontvangen. Het doel van eiseres is hierin omschreven als: “Het bieden van een vrijetijdsbesteding voor jeugd en jongeren, waarbij gezelligheid, respect voor elkaar, zelfontplooiing en maatschappelijk bewustzijn centraal staan, bereikbaar voor elk budget en begeleid door ervaren vrijwilligers of vakkrachten.” Bij de aanvraag heeft eiseres haar statuten en het beleidsplan met de titel: “[beleidsplan]” (het beleidsplan) verstrekt.
3. In de statuten van eiseres van 14 april 2023 is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“Artikel 3.

Haar doel is de bevordering van een Christelijke geest en een gezellig verkeer onder jonge mensen, ter verdieping van het christelijke leven en ter versterking van de onderlinge band, teneinde op deze wijze, onder de onmisbare zegen des Heren, mede te werken aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods.
[…]

Artikel 5.

1. De vereniging tracht haar doel langs wettige weg en met alle wettige middelen te verwezenlijken, die met haar grondslag en doel verenigbaar zijn en wel door:
a. het in stand houden, organiseren dan wel stimuleren van activiteiten, hetzij van algemeen vormende dan wel gespecialiseerde aard.
Dit vanuit een evangelisch perspectief en in een oecumenische opstelling, teneinde bij te dragen tot de ontplooiing van de volledige mens met een appèl op dienstverlening en tot mondiaal bewustzijn;
b. het bevorderen van een zinvolle besteding van vakantie en vrije tijd, door het opzetten van kampen, weekends en dergelijke;
c. het bevorderen van de zelfwerkzaamheid van jongeren, alsmede realisering van inspraak door actieve deelname aan de activiteiten binnen en – waar mogelijk – buiten de vereniging;
d. het uitgeven van tenminste één verenigingsorgaan;
e. het beheren, huren, stichten, kopen, verkopen of bezwaren van roerende dan wel onroerende goederen, noodzakelijk voor het werk van de vereniging;
f. andere wettige middelen.
2. a. De activiteiten die met subsidie van de overheid of derden worden uitgevoerd, zijn laagdrempelig en voor alle jeugdigen toegankelijk, ongeacht godsdienstige of levensbeschouwelijke achtergrond. Bij dit werk is het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze aard geen uitgangspunt of doel.
Het doel van deze activiteiten is het bieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding aan jeugdigen.
b. De vereniging gaat uit van het gedachtengoed van de [organisatie], waarbij de rode driehoek, die staat voor lichaam, verstand en geest, centraal staat.
De vereniging wil met iedereen in gesprek gaan over wat hem/haar beweegt. Op deze manier wil de vereniging een bijdrage leveren aan een samenleving waarin ruimte en aandacht is voor iedereen, ongeacht afkomst of overtuiging.”
4. In het beleidsplan is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“Kernwaarden

Gelijkheid
Iedereen mag meedoen en hoort erbij.
Duurzaamheid
Tijdens activiteiten zijn we bewust bezig met de wereld om ons heen.
Veiligheid
Zorgen voor een omgeving waar iedereen zich veilig en vertrouwd voelt.
Respect
Iedereen wordt in zijn/haar waarde gelaten.
Ontwikkeling
We zetten in op samenwerken, creativiteit en sportiviteit.[…]

Missie & Visie

[eiseres] biedt een plek aan de jeugd waar zij zich thuis voelt en zich kan ontwikkelen. Samen lachen, talenten ontwikkelen en leren samenwerken zijn de
kerngedachten van onze organisatie.
[eiseres] is in 1886 opgericht als christelijke ‘[vereniging 1]’. De vereniging levert na 138 jaar nog steeds een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van de [plaats] jeugd. Dit door het organiseren van aansprekende en uitdagende activiteiten die bereikbaar zijn voor elk budget. [eiseres] biedt de jeugd een tijdsbesteding waarbij gezelligheid,
respect voor elkaar, zelfontplooiing en maatschappelijk bewustzijn centraal staan. Al onze activiteiten worden begeleid door ervaren vrijwilligers of vakkrachten. Daarnaast is de vereniging aangesloten bij de [vereniging 3].

Strategie

[eiseres] wil aanwezig zijn op alle plekken in [plaats] waar ze de jeugd goed kan bereiken. Doel is om in elke wijk van [plaats] activiteiten aan te bieden. Dat kan in nieuwbouwwijken met jonge gezinnen zijn, maar ook op ‘oude vertrouwde’ plekken waar [eiseres] al jaren jeugdwerk aanbiedt. De aansprekende en uitdagende activiteiten worden aangeboden tegen een lage vergoeding, zodat ze voor iedereen bereikbaar zijn.
[…]

Subsidies en fondswerving

[eiseres] heeft geen winstoogmerk en is mede daarom afhankelijk van de
toegekende subsidie van de [gemeente].
Deze subsidie dekt hoofdzakelijk het reguliere jeugdwerk en de bijbehorende ondersteuning. Helaas is deze subsidie niet toereikend om het gehele aanbod te kunnen voorzien. Prijzen die worden gerekend voor bijvoorbeeld busvervoer en het huren van panden maakt het onmogelijk om de prijzen laag te houden, zodat de activiteiten aan alle doelgroepen kunnen worden aangeboden.
Om deze reden is het noodzakelijk dat er financiële aanvullingen zijn vanuit verschillende fondsen. Het fonds waaruit we de laatste jaren veel ondersteuning hebben gekregen is Het
[fonds]. De laatste jaren zorgt dit fonds ervoor dat de vervoerskosten voor de kampen worden betaald, de zomer 3-daagse plaats kan vinden en de intocht van Sinterklaas in deze omvang kan worden vormgegeven.
Incidentele fondsen worden aangevraagd wanneer er iets speciaals op het programma komt. […]

Public relations

[eiseres] zet zichzelf in [plaats] en omstreken op de kaart.
[eiseres] heeft een groot aanbod van activiteiten. De komende jaren willen we inzetten op het vergroten van de naamsbekendheid. De huidige vrijwilligers kunnen hierin een grote rol spelen. Daarnaast zal ingezet worden op het werven van nieuwe vrijwilligers. We maken hierbij gebruik van de website, social media, digitale nieuwsbrief, QR-codes en flyers.”
5. Op de website van eiseres ([website 1]) worden – onder meer – de volgende activiteiten vermeld:
 Creaclub;
 Dans & Bewegen (Streetdance, Dancekids, Freerunning);
 Fico Film;
 Jeugdclubs;
 Musicalgroep;
 Theatergroep;
 Kampen (Voorjaarsweekend, Juniweekend, Juniorenkamp, Tienerkamp, Theaterkamp, Najaarsweekend en Tienerweekend); en
 Evenementen (Jeugdfestijn, Sinterklaasintocht [plaats], Kerststukjes maken en
Elfenhuisje maken).
6. Bij beschikking van 17 maart 2025 heeft verweerder het verzoek van eiseres om als ANBI te worden aangemerkt afgewezen (de ANBI-beschikking). Na daartegen gemaakt bezwaar, heeft verweerder de ANBI-beschikking bij de bestreden uitspraak op bezwaar gehandhaafd. In de bezwaarfase is eiseres gehoord.
Geschil7. In geschil is of verweerder het verzoek van eiseres om als ANBI aangemerkt te worden terecht heeft afgewezen. Meer specifiek is in geschil of eiseres is aan te merken als een ANBI die zich richt op ‘welzijn’ in de zin van artikel 5b, derde lid, onder a, van de AWR.
8. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij voldoet aan de voorwaarden die artikel 5b, derde lid, onder a, van de AWR stelt en dat het verzoek ten onrechte is afgewezen. Hiertoe voert eiseres aan dat uit haar statuten, beleidsplan en activiteiten blijkt dat zij zich richt op maatschappelijke bewustwording en ontwikkeling van jongeren door middel van educatieve, sociale en recreatieve activiteiten, waarbij activiteiten die mogelijk een relatie hebben met ontspanning en gezelligheid slechts middelen zijn om de statutaire doelstelling te realiseren. Daarnaast beroept eiseres zich op het gelijkheidsbeginsel.
9. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5b, derde lid, onder a, van de AWR. Verweerder voert daartoe aan dat de feitelijke werkzaamheden van eiseres zijn te kwalificeren als activiteiten van ontspanning en vermaak en persoonlijke ontwikkeling, en dat hiermee slechts zijdelings het algemeen belang wordt gediend. Verweerder beroept zich hierbij op het Minerva-arrest. [1] Volgens verweerder kan voorts alleen sprake zijn van ‘welzijn’ zoals bedoeld in artikel 5b, derde lid, onder a, van de AWR, als een instelling een afgebakende, kwetsbare doelgroep heeft, en de instelling erop is gericht deze kwetsbaarheden door haar activiteiten te verminderen of weg te nemen. Ook stelt verweerder dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.
Beoordeling van het geschil
ANBI-status
10. Een ANBI is, op basis van artikel 5b, eerste lid, aanhef en onder a, van de AWR, een instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Op grond van artikel 1a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringsregeling AWR 1994 wordt een instelling slechts als ANBI aangemerkt indien en zolang uit de regelgeving en de feitelijke werkzaamheden van de instelling blijkt dat de instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dient. Hierbij is van belang dat de werkzaamheden er rechtstreeks op gericht zijn om enig algemeen nut te dienen. Bij de beoordeling of hiervan sprake is moet ten eerste worden gekeken naar de statutaire doelstelling en de feitelijke werkzaamheden van de instelling (de kwalitatieve toets). Ten tweede moet worden gekeken of het op het algemeen nut gerichte deel van de activiteiten ten minste 90 percent van de totale activiteiten van de instelling vormt (de kwantitatieve toets). [2]
11. In artikel 5b, derde lid, van de AWR is opgenomen welke categorieën activiteiten voor de toepassing van dit artikel als werkzaamheden gericht op het algemeen nut worden beschouwd. Onder algemeen nut valt onder meer de categorie ‘welzijn’ (artikel 5b, derde lid, onder a van de AWR). Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres alleen onder de categorie ‘welzijn’ zou kunnen vallen.
12. In de wetsgeschiedenis is over de begrippen ‘algemeen nut’ en ‘welzijn’ – voor zover van belang – het volgende opgemerkt:
“Het derde lid van het nieuwe artikel 5b bevat een lijst van doelen die als algemeen nut worden aangemerkt. [...] Er is een lange traditie van filantropie, een iets kortere traditie van fiscale begeleiding van het geven ten behoeve van algemeen nuttige doelen, met als resultante dat er zoals gezegd brede consensus bestaat over wat als een algemeen nuttig doel wordt beschouwd en wat niet. Daarnaast is door de keuze voor ruime definities in plaats van grote detaillering vanzelf ruimte om maatschappelijke ontwikkelingen op te vangen binnen de huidige lijst. Een overweging daarbij is ook dat de discussie rond het algemeen nut zich meer toespitst op de vraag of het algemeen belang dan wel een particulier belang wordt gediend. […]
Om een indicatie te geven van wat moet worden verstaan onder de categorieën algemeen nut die nu in de wet worden opgenomen, volgt hierna per rubriek een korte beschrijving, overigens deels ontleend aan de Dikke Van Dale. Compleet kan die toelichting niet zijn, gelet op de diversiteit van de doelen van de instellingen, doelen die in hun diversiteit overigens wel onder ruime, gemeenschappelijke noemers kunnen worden gevat. Het belangrijkste criterium is in feite dat vanuit de instelling bezien, het beoogde doel voor meer dan 90% ten bate van het algemeen belang moet strekken en niet ten bate van het particulier belang. Bovendien moet dat doel niet alleen volgens de statuten worden beoogd, maar ook feitelijk door de instelling worden gediend. […]
De Nederlandse lijst bevat de volgende doelen:
• Welzijn. Welzijn is een begrip waaronder een aantal zaken worden samengevat. Welzijn wordt in het woordenboek omschreven als de toestand waarbij men in materieel en geestelijk opzicht voorspoedig, gelukkig is. Instellingen die actief zijn in het bevorderen van het welzijn van eenieder, kunnen kwalificeren. Eenieder moet hier worden opgevat als een ruime kring, die openstaat voor iedereen en niet beperkt is tot een kleine groep, qua omvang of qua locatie. Onder welzijn vallen met name de doelen die vroeger onder charitatief werden gerangschikt, zoals armoedebestrijding, voedselbanken e.d. De instellingen moeten volgens hun doelstelling en met de door hen aangeboden diensten rechtstreeks het welzijn van anderen beogen, het is niet voldoende wanneer er slechts een bijkomend effect op het welzijn van anderen optreedt.” [3]
13. Volgens de hierboven geciteerde parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie moet bij de beoordeling of sprake is van een ANBI onderscheid worden gemaakt tussen het algemeen belang en het particulier belang. Het deels (ook) behartigen van een particulier belang hoeft niet aan de ANBI-status in de weg hoeft te staan, zolang het algemeen belang minstens in gelijke mate wordt gediend. [4] Maar, de doelstelling en werkzaamheden van een instelling mogen niet slechts gericht zijn op het particuliere belang van een bepaalde groep. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ontspanning of het gezellig verkeer, [5] maar ook bij de meeste sportverenigingen. Het algemeen belang wordt door dergelijke verenigingen namelijk slechts op indirecte wijze gediend, omdat zij in eerste instantie het eigen, particuliere belang van hun leden behartigen. [6]
14. De wetgever veronderstelt dan ook dat verenigingen zijn gericht op het particuliere belang van de leden. Het voorgaande betekent echter niet dat een vereniging nooit als ANBI kan worden aangemerkt. In de parlementaire geschiedenis wordt het voorbeeld van de muziekvereniging genoemd die, door veelvuldig naar buiten te treden bij bijvoorbeeld evenementen, zich richt op een publiek buiten de eigen ledenkring of leefgemeenschap. [7]
15. De bewijslast dat eiseres aanspraak maakt op de ANBI-status rust op eiseres. Hiervoor kijkt de rechtbank eerst of voldaan is aan de vereisten van de kwalitatieve toets. Uit de statutaire doelomschrijving van eiseres (zie hierboven onder 3.) kan niet zonder meer worden afgeleid dat zij (nagenoeg) uitsluitend het algemeen belang dient. Deze omschrijving sluit dat echter ook niet zonder meer uit. De vraag of eiseres (nagenoeg) uitsluitend het algemeen belang dient, hangt daarom af van haar feitelijke werkzaamheden.
16. Uit de wetsgeschiedenis leidt de rechtbank af dat de categorieën genoemd in artikel 5b, derde lid, van de AWR ruim moeten worden geïnterpreteerd. De rechtbank sluit niet uit dat het begeleiden van jongeren door educatieve, sociale en recreatieve activiteiten gericht op maatschappelijke bewustwording en ontwikkeling kan leiden tot een situatie waarin mensen in materieel en geestelijk opzicht meer voorspoedig en gelukkig zijn, waardoor dit zou vallen onder het algemeen nut, categorie ‘welzijn’. De rechtbank gaat daarom niet mee in verweerders betoog dat een instelling uitsluitend onder deze categorie kan vallen wanneer deze een specifieke, kwetsbare doelgroep heeft en deze kwetsbaarheid zelf wegneemt of vermindert. [8] Een instelling kan echter wel sneller aan de vereisten van de categorie ‘welzijn’ voldoen als zij een kwetsbare doelgroep heeft.
17. De rechtbank erkent de maatschappelijke functie van eiseres. Anders dan de situatie in het Minerva-arrest, waarop verweerder zich beroept, staan de activiteiten van eiseres open voor eenieder en bevordert zij specifiek de zinvolle vrijetijdsbesteding en ontwikkeling van jongeren in [plaats]. Hierbij zetten vrijwilligers zich onbaatzuchtig in om de doelen van eiseres te verwezenlijken. Ook concludeert de rechtbank dat de tarieven die eiseres voor haar activiteiten hanteert niet als tarieven van commerciële aard kunnen worden beschouwd. De verschillende subsidies die eiseres ontvangt, lijken het sociale karakter van haar activiteiten te ondersteunen.
Ondanks voorgaande bevindingen, heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het algemeen belang rechtstreeks en (nagenoeg) uitsluitend wordt gediend bij de activiteiten die zij organiseert. Voor de rechtbank is onvoldoende inzichtelijk op welke wijze de activiteiten van eiseres bijdragen aan welzijn in algemene zin, anders dan de ontwikkeling van de individuele jongeren die aan haar activiteiten deelnemen. Zo heeft eiseres niet uiteengezet in hoeverre zij zich richt op een publiek buiten haar eigen ledenkring. In het hoorgesprek stelde eiseres dat de vereniging maatschappelijke problemen oplost voor de gemeente, maar zij heeft deze bewering niet nader toegelicht. Eiseres merkte ter zitting op dat de jongeren die zich bij de vereniging aansluiten grotendeels uit minderbedeelde wijken van [plaats] komen, maar zij heeft deze bewering niet onderbouwd.
18. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij voldoet aan de kwalitatieve toets. De rechtbank zal de vraag of eiseres voldoet aan de kwantitatieve toets daarom niet behandelen.
Gelijkheidsbeginsel
19. Eiseres stelt dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel en heeft daartoe zeven instellingen genoemd die, volgens eiseres, een ANBI-status hebben, een met haar vergelijkbare doelstelling hebben en vergelijkbare activiteiten verrichten. Zes van deze instellingen zijn stichtingen en één is een vereniging ([vereniging 3]). Ter zitting heeft eiseres ook de vereniging [vereniging 4] genoemd.
20. Voor toepassing van het gelijkheidsbeginsel moet sprake zijn van feitelijk en rechtens gelijke gevallen. [9] De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij feitelijk en rechtens vergelijkbaar is met de door haar genoemde stichtingen. Ten eerste is er een juridisch verschil tussen stichtingen, die geen leden hebben, en verenigingen zoals eiseres, die wel leden hebben. Daarnaast heeft eiseres ter onderbouwing van de feitelijke vergelijkbaarheid per instelling slechts een zeer summiere beschrijving gegeven van de activiteiten van de stichtingen.
21. Ten aanzien van [vereniging 3] overweegt de rechtbank dat dit een vereniging met koepelactiviteiten betreft, zodat deze vereniging in zoverre niet vergelijkbaar is met eiseres. Ter zitting heeft eiseres [vereniging 4] aangedragen. Uit de website van deze instelling ([website 2]) komt naar voren dat zij onder meer het volgende aanbiedt: buurtrestaurant (vijf dagen per week), tafeltennis, muzieklessen en muziekprojecten (onder meer voor kinderen uit specifieke doelgroepen) en activiteiten gericht op kwetsbare ouderen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze activiteiten zodanig verschillend van die van eiseres dat geen sprake is van een gelijk geval. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.
22. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Proceskosten
23. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Welie, rechter, in aanwezigheid van
mr. Z.F. de Bruijne, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voetnoten

1.Hoge Raad 12 oktober 1960, ECLI:NL:HR:1960:AY1355,
2.Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2666.
4.Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9055.
5.Hoge Raad 12 oktober 1960, ECLI:NL:HR:1960:AY1355,
8.Vgl. Rechtbank Noord-Nederland 28 januari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:242, r.o. 6.8 en 6.9.
9.Hoge Raad 18 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:AX9097.