ECLI:NL:RBDHA:2026:15459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 21 april 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 5 juni 2026 zonder zitting.
De rechtbank heeft eerder op 8 mei 2026 de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment bevestigd. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 8 mei 2026. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting omdat de Marokkaanse autoriteiten niet meewerken aan het verstrekken van een laissez-passer en hij niet op een verlopen paspoort kan reizen.
De rechtbank vindt echter geen steun voor deze stelling in het vertrekgesprek van 18 mei 2026 en constateert dat het laissez-passer traject nog loopt en dat de Dienst Terugkeer en Vertrek regelmatig rappelleert, laatstelijk op 15 mei 2026. Er is geen aanleiding om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.