3.2.Belanghebbende is een van de bewoners van landgoed [landgoed] . Volgens hem is bij de inrichting van het landgoed op diverse plaatsen geen of onvoldoende gevolg gegeven aan het landschapsplan. Hij betoogt dat de inrichting van het landgoed daarom niet voldoet aan de eisen die hiervoor gelden en ook niet overeenkomt met wat hem is voorgehouden toen hij zijn kavel op het landgoed kocht. Dit levert volgens hem strijd op met het bestemmingsplan.
4. Met het bestreden besluit heeft het college aan verzoekster – voor zover hier van belang – de volgende lasten onder dwangsom opgelegd:
1. De bomen en struiken inclusief stronken en wortels in de deelgebieden ‘Kruiden- en faunarijk grasland’, ‘Nat schraalland’ en ‘Rietlanden’ vóór 1 mei 2026 verwijderen en verwijderd houden, onder last van een dwangsom van € 2.000,- per week met een maximum van € 20.000,- dat de begunstigingstermijn wordt overschreden;
2. de fruitbomen inclusief stronken en wortels nabij de kavel [kavel] in het landgoed vóór 1 mei 2026 verwijderen en verwijderd houden, onder last van een dwangsom van € 250,- per week met een maximum van € 2.500,- dat de begunstigingstermijn wordt overschreden;
3. de bomen en struiken inclusief stronken en wortels langs de kadewegen, met uitzondering van de knotwilgen, vóór 1 mei 2026 verwijderen en verwijderd houden, onder last van een dwangsom van € 1.500,- per week met een maximum van € 15.000,- dat de begunstigingstermijn wordt overschreden;
(…);
8. vóór 1 mei 2026 alle vier de kadewegen die nu bestaan uit een enkele smalle rijstrook half verharding (zand met een soort split) of enkel gras (dus ook de achterste kadeweg die momenteel slechts bestaat uit een graspad) alsnog conform het landschapsplan aanleggen, door deze uit te voeren met twee smalle rijstroken van elk circa 150 cm breed bestaande uit een ondergrond van gebakken klinkers of half verharding waartussen een strook gras is gesitueerd, zodat het de uitstraling krijgt van een boerenpad, onder last van een dwangsom van € 250,- per week met een maximum van € 2.500,- dat de begunstigingstermijn wordt overschreden.
5. Blijkens het verzoekschrift is het verzoek beperkt tot de lasten 1, 2, 3 en 8 uit het bestreden besluit.
6. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. Daarvan is onder meer sprake als zonder het treffen van een voorlopige voorziening sprake is van onomkeerbare gevolgen die met zich meebrengen dat de uitkomst van de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.