ECLI:NL:RBDHA:2026:15466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 behandeld en beoordeelt of het besluit zorgvuldig is genomen en of het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden toegepast.
Eiseres stelde dat zij in Spanje wordt bedreigd door haar ex-partner en dat de Spaanse autoriteiten haar onvoldoende bescherming bieden, waardoor overdracht aan Spanje een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest zou opleveren. Ook voerde zij aan dat de minister ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij in Spanje onverschillig wordt gelaten of in een situatie van ernstige materiële deprivatie terechtkomt. De minister heeft bovendien de discretionaire bevoegdheid deugdelijk gemotiveerd niet toegepast. Ook acht de rechtbank de belangen van het in Spanje verblijvende kind van eiseres niet relevant voor de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.