Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15496

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
09/151973-25 (herstelvonnis)
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14c SrArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis bedreigingen met terroristisch misdrijf en zware mishandeling met bijzondere voorwaarden

De rechtbank Den Haag heeft op 22 april 2026 een herstelvonnis uitgesproken ter correctie van een kennelijke verschrijving in het eerder op 21 april 2026 uitgesproken vonnis. De verdachte werd veroordeeld voor bedreigingen, waaronder een terroristisch misdrijf, misdrijf tegen het leven en zware mishandeling, gericht tegen onder meer ex-partners, ex-schoonvader, medewerkers van een school, politie en Veilig Thuis.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 420 dagen op, waarvan 199 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, zoals een locatieverbod in delen van Den Haag, een contactverbod met slachtoffers, elektronische monitoring via enkelband en slachtofferdevice, en verplichte ambulante behandeling gericht op psychische en verslavingsproblematiek.

Het herstelvonnis corrigeert het aantal dagen gevangenisstraf in het dictum, zodat het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het door verdachte ondergane voorarrest. Tevens zijn de bijzondere voorwaarden en toezichtmaatregelen nader gespecificeerd. De verdachte moet meewerken aan controles op middelengebruik, vingerafdrukken en reclasseringstoezicht. De rechtbank wijst ook een gedeeltelijke schadevergoeding toe aan de benadeelden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 420 dagen gevangenisstraf, waarvan 199 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en gedeeltelijke schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/151973-25
Datum uitspraak: 22 april 2026

Vonnis tot herstel

van het op 21 april 2026 uitgesproken vonnis van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte].

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ([land]),
BRP-adres: [adres].

Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld

Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum een kennelijke verschrijving bevat.
Aan de verdachte is bij voormeld vonnis een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. In de strafmotivering in het vonnis is een overweging opgenomen, waaruit blijkt dat de rechtbank de bedoeling heeft gehad een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur van het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het door verdachte ondergane voorarrest, zodat de verdachte geen detentie meer behoefde te ondergaan.
Door een kennelijke verschrijving is abusievelijk in het dictum van voormeld vonnis het volgende vermeld:

‘een gevangenisstraf voor de duur van 420 (vierhonderdvijfentwintig) dagen;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot199 (tweehonderdvijf) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit’
Door een kennelijke verschrijving komt het aantal dagen in getallen niet overeen met het aantal dagen zoals in tekst is uitgeschreven.
Executie van deze beslissing, wanneer uitgegaan zou worden van het uitgeschreven aantal dagen, leidt tot een andere strafoplegging dan door de rechtbank is beoogd. De discrepantie tussen het aantal dagen gevangenisstraf in getallen en in geschreven tekst kan tot verwarring leiden. Dit acht de rechtbank onwenselijk en daarom zal zij deze kennelijke verschrijving herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.

Beslissing

De rechtbank:
handhaaft haar beslissing van 21 april 2026, met herstel van een kennelijke misslag in het dictum als volgt:
verstaat dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 420 (vierhonderdtwintig) dagen;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
199 (honderdnegenennegentig) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 21 april 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de officier van justitie en de benadeelde partij.
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- gedurende de proeftijd geen contact legt of laat leggen – direct of indirect – met
  • Mevrouw [naam 2], geboren op [geboortedatum 3]1983, behoudens contact dat wordt geïnitieerd door de reclassering en Perspectief Herstelbemiddeling en/of vooraf wordt goedgekeurd door de reclassering;
  • De heer [aangever 1], geboren op [geboortedatum 4]1962, behoudens contact dat (in het kader van een omgangsregeling) wordt geïnitieerd door Veilig Thuis, een instelling voor jeugdzorg en/of de reclassering;
  • Personeel van de [school]. [adres 2], tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact.
  • [minderjarige], geboren op [geboortedatum 5]2015, behoudens contact dat (in het kader van een omgangsregeling) wordt geïnitieerd door Veilig Thuis, een instelling voor jeugdzorg en/of de reclassering;
  • Mevrouw [aangever 2], geboortedatum [geboortedatum 6]1986, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact;
zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring van dit contactverbod, zolang de reclassering dat nodig vindt. Met elektronische monitoring via enkelband en Slachtofferdevice kan de reclassering het genoemde slachtoffer informeren als de veroordeelde dichtbij komt;
- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in gedeeltes van Den Haag (Laak en Spoorwijk, Wateringseveld (sportvereniging zoon) en rondom de [school]), zolang de reclassering dat nodig vindt. De locatieverboden staan beschreven in de bijlage. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan de verdachte toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden. De verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt;
- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH Den Haag, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Fivoor en de Waag en/of een soortgelijke zorginstelling op, door of namens de behandelaar(s) aan te geven, tijdstippen en plaats, zolang de behandelaar(s) of de reclassering dit noodzakelijk acht(en). De verdachte zal daartoe tevens meewerken aan een eventuele intakeprocedure. De verdachte zal zich gedurende deze behandeling houden aan de aanwijzingen van de behandelaar(s). De behandeling is gericht op de psychische problematiek, verslavingsproblematiek en coping. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
voor zover - ter beoordeling van voormelde zorginstelling in overleg met de
reclassering - zich een crisis bij de verdachte voordoet, zich eenmalig zal laten
opnemen ter bestrijding van die crisis, waarbij de behandeling tevens kan bestaan
uit detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek, voor de duur van
maximaal zeven weken of zoveel korter als de zorginstelling in overleg met de
reclassering noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik
en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen,
genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of en middelen die vallen
onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen
bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt
hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. L.K. van Zaltbommel, voorzitter,
mr. J.L.E. Bakels, rechter,
mr. J. Schaaf, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier.
Mr. J. Schaaf is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.