ECLI:NL:RBDHA:2026:15503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiseres, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie ontving deze aanvraag op 18 juni 2024 en moest in beginsel binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrische asielzoekers tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 18 december 2025 lag.
Eiseres stelde de minister op 1 oktober 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M. Eradus op 27 mei 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.