ECLI:NL:RBDHA:2026:15534
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang door vertrek vreemdeling
Eiser diende op 17 september 2025 een aanvraag in voor een asielvergunning voor bepaalde tijd, welke op 3 december 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De minister meldde op 14 januari 2026 dat eiser vrijwillig had afgezien van opvang en vroeg de rechtbank te beoordelen of er nog procesbelang was. De gemachtigde van eiser gaf op 22 mei 2026 aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft, maar verzocht toch om inhoudelijke behandeling.
De rechtbank oordeelde op 25 mei 2026 dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming. Hierdoor ontbreekt procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.