ECLI:NL:RBDHA:2026:15563
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft op 27 januari 2026 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 10 februari 2026 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek op 1 juni 2026. Tijdens de zitting bleek dat eiser niet aanwezig was en dat zijn gemachtigde geen recent contact met hem had, noch wist waar eiser verbleef. De minister stelde dat hierdoor het procesbelang ontbrak.
De rechtbank overwoog dat wanneer een vreemdeling die bescherming zoekt in Nederland met onbekende bestemming vertrekt zonder de minister te informeren, in beginsel wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. Aangezien geen recent contact was en eiser niet verscheen, concludeerde de rechtbank dat het procesbelang ontbrak.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.