ECLI:NL:RBDHA:2026:15582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken procesbelang
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel verplichtte eisers om te verblijven in een gezinslocatie in de gemeente Gilze en Rijen.
De minister gaf aan dat eisers zich op 7 mei 2026 met onbekende verblijfplaats (MOB) hadden gemeld en dat de maatregel op 8 mei 2026 was beëindigd. De rechtbank stelde vast dat eisers en hun gemachtigde niet verschenen op de zitting en dat de gemachtigde recent contact met eisers had gehad, waardoor niet kon worden aangenomen dat zij met onbekende bestemming waren vertrokken.
De rechtbank oordeelde echter dat procesbelang ontbrak omdat eisers zich niet op de gezinslocatie hadden gemeld en de maatregel nooit ten uitvoer was gelegd. Ook was de maatregel inmiddels opgeheven en was geen schade of nadeel gesteld of gebleken. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.