ECLI:NL:RBDHA:2026:15587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan op grond van zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende vervolgingsvrees. Hij stelde dat hij in Gambia werd mishandeld vanwege zijn geaardheid en vreest ernstige schade bij terugkeer, mede door zijn streng religieuze achtergrond en familieomstandigheden.
De minister wees de aanvraag af omdat eiser zijn homoseksuele gerichtheid onvoldoende aannemelijk had gemaakt; zijn verklaringen waren niet samenhangend en authentiek genoeg en werden niet ondersteund door objectieve documenten. De rechtbank toetste dit oordeel en concludeerde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de verklaringen heeft beoordeeld aan de hand van de geldende werkinstructies en het referentiekader.
Eiser voerde aan dat zijn neurologisch letsel en persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank vond dat de minister hier wel degelijk rekening mee had gehouden. Ook het gebruik van de term 'authentiek genoeg' door de minister werd niet onrechtmatig geacht. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid.