ECLI:NL:RVS:2013:2424
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag op grond van seksuele gerichtheid en vervolgingsgevaar in Uganda
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel wegens seksuele gerichtheid vernietigde. De vreemdeling had aangevoerd dat hij in Uganda vervolgd zou worden vanwege zijn homoseksualiteit.
De Raad van State heeft het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie betrokken bij haar beoordeling, waarin is vastgesteld dat homoseksuelen een specifieke sociale groep vormen en dat strafbaarstelling van homoseksuele handelingen alleen vervolging oplevert indien deze daadwerkelijk wordt toegepast met een straf van betekenis. Tevens is geoordeeld dat van asielzoekers niet kan worden verlangd dat zij hun seksuele gerichtheid geheim houden om vervolging te voorkomen.
De staatssecretaris had het asielrelaas van de vreemdeling als ongeloofwaardig beoordeeld en onvoldoende onderzocht hoe de vreemdeling na terugkeer invulling zou geven aan zijn seksuele gerichtheid en in hoeverre dit tot vervolging zou leiden. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris zijn beoordeling niet op de voorgeschreven wijze heeft verricht, maar oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en dat het besluit tot afwijzing moet worden bevestigd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige, individuele beoordeling van asielaanvragen op grond van seksuele gerichtheid en vervolgingsgevaar, in overeenstemming met Europese richtlijnen en jurisprudentie.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.