ECLI:NL:RBDHA:2026:15593
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening in zaak verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Eiser heeft op 13 januari 2022 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvva) aangevraagd voor het verblijfsdoel als familie- of gezinslid bij een referent. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 20 juli 2023 af. Eiser ging in bezwaar, maar dit bezwaar werd op 27 november 2024 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser op 23 januari 2025 beroep in bij de rechtbank, samen met een verzoek om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend. Eiser voerde aan dat zijn voormalig advocaat hem pas op de laatste dag van de beroepstermijn op de hoogte stelde van de beslissing op bezwaar, maar de rechtbank vond dit geen verschoonbare reden. Het handelen van de advocaat komt voor risico van eiser, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, die hier niet zijn gebleken.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard en er daardoor geen aanleiding meer is voor een voorlopige voorziening. De rechtbank wees ook het verzoek om griffierechtvrijstelling toe. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.