ECLI:NL:RBDHA:2026:15604
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onzorgvuldige motivering artikel 1F en artikel 3 EVRM beoordeling
Eiser, een Eswatinische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag wegens vermeende betrokkenheid bij ernstige niet-politieke misdrijven tijdens operaties van de SISF.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitging van eisers oorspronkelijke verklaringen over zijn deelname aan drie operaties, maar dat alleen de gedragingen bij de eerste operatie als ernstige niet-politieke misdrijven kunnen worden aangemerkt. Voor de tweede en derde operatie ontbrak een zorgvuldige en gemotiveerde beoordeling, met name ten aanzien van de predominantietest voor brandstichting en de kwalificatie van poging tot doodslag en zware mishandeling.
Daarnaast heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat de SISF achter hem aanzit, maar de minister heeft onvoldoende onderzocht of de Eswatinische autoriteiten bescherming kunnen bieden, wat relevant is voor de beoordeling onder artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.