ECLI:NL:RVS:2014:3833
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van artikel 1(F) toepassing en terugkeerbesluit vreemdeling uit DRC
De vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo (DRC) had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen met een terugkeerbesluit. De rechtbank had dit besluit vernietigd, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag toepaste, omdat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling als leidinggevende binnen gewapende groepen betrokken was bij ernstige misdrijven. De vrijspraak door het Internationaal Strafhof doet hieraan niet af, aangezien een andere bewijsmaatstaf geldt en de misdrijven breder zijn.
Verder stelde de Raad dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Ook het terugkeerbesluit is rechtsgeldig, ondanks het opgelegde vertrekverbod en het internationale reisverbod. De Raad verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd.