Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
in elk gevalsprake is als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt. De rechtbank begrijpt deze bepaling zo dat zij dient te beoordelen of het gedrag van de verdachte dat heeft geleid tot het aan haar schuld te wijten ongeval ook voldoet aan de delictsomschrijving van artikel 5a, eerste lid, WVW. Is dat het geval, dan bestaat de schuld daarmee in roekeloosheid.
- haar aandacht niet voldoende op
dezich aldaar bevindende verkeersdeelnemers te houden, en
- door te rijden met een snelheid van ongeveer tussen de 82 en 88 kilometer per uur, een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum snelheid van 50 kilometer per uur, en
- terwijl zij reed over de middelste rijbaan, welke bestemd was voor rechts afslaand verkeer, de kruising rechtdoor over te steken, en
- daarbij een voor de door haar gevolgde rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht te negeren, en
- haar snelheid niet zodanig te regelen dat zij, verdachte, in staat was haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien,
ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met twee personenauto’s, te weten een Ford Fiesta (met daarin [slachtoffer 1] ) en een Volkswagen (met daarin [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] ), waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 3] ) werd gedood en waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere (7) gebroken ribben en meerdere snijverwondingen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
21 mei 2026, waaruit volgt dat sprake is van een laag recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte, haar een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat (steeds) uit immateriële schade in de vorm van affectieschade.
- € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 1] ;
- € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 2] ;
- € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 3] ;
- € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 4] ;
- € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 2] .
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
12 (TWAALF) MAANDEN;
6 (ZES) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
3 (DRIE) JAREN;
[naam 1], vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
[naam 2], vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
[naam 3], vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
[naam 4], vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
[slachtoffer 2], vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
,ten behoeve van
[naam 1];
,ten behoeve van
[naam 2];
,ten behoeve van
[naam 3];
,ten behoeve van
[naam 4];
,ten behoeve van
[slachtoffer 2];
- haar aandacht niet voortdurend en/of voldoende op die weg en/of die zich aldaar bevindende verkeersdeelnemers te houden, en/of
- door te rijden met een snelheid van ongeveer tussen de 82 en 88 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum snelheid van 50 kilometer per uur, en/of
- terwijl zij reed over de middelste rijbaan, welke bestemd was voor rechts afslaand verkeer, de kruising rechtdoor over te steken, en/of
- (daarbij) een voor de door haar gevolgde rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht niet (tijdig) op te merken en/of te negeren, en/of
- haar snelheid niet zodanig te regelen dat zij, verdachte, in staat was haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien,
ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met twee personenauto’s, te weten een Ford Fiesta (met daarin [slachtoffer 1] ) en een Volkswagen (met daarin [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] ), waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 3] ) werd gedood
en/of waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere (7) gebroken ribben en/of meerdere snijverwondingen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.