ECLI:NL:RBDHA:2026:15682

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
NL25.32270
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 31 lid 1 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek biseksuele Gambiaanse man wegens onvoldoende bewijs

Eiser, een Gambiaanse man geboren in 1999, vroeg asiel aan in Nederland op grond van zijn biseksualiteit en de vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Gambia.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij biseksueel is en dat hij daardoor in Gambia gevaar loopt. De rechtbank bevestigt dit oordeel na behandeling van het beroep. De rechtbank vindt dat eiser zijn identiteit wel geloofwaardig heeft gesteld, maar zijn verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de gevolgen daarvan in Gambia zijn inconsistent, summier en onvoldoende onderbouwd met documenten.

Eiser kon het opsporingsbevel niet authentiek of leesbaar overleggen en gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn relaties en ervaringen. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn situatie en dat de gestelde problemen in Gambia niet aannemelijk zijn gemaakt.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 9 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte biseksualiteit en risico bij terugkeer.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32270

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. R. Bom),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2026 op zitting in Breda behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1999 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 6 december 2022 asiel aangevraagd in Nederland.
Het asielrelaas
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij biseksueel is en om die reden bij terugkeer naar Gambia vreest voor een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. [1] Eiser heeft in Gambia een relatie gehad met een vrouw die zwanger van eiser is geweest. Nadien heeft eiser [persoon 1] leren kennen in het hotel waar eiser werkte. Eiser en [persoon 1] zijn betrapt door een collega toen zij seksuele handelingen verrichtten op een hotelkamer. Eiser is na dit incident door collega's beledigd en genegeerd. Daarnaast kreeg hij van verschillende mensen telefoontjes waarbij hij gevraagd werd naar het incident met [persoon 1] . Eiser is toen vertrokken uit Gambia.
Het bestreden besluit
3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid van de Vw. Verweerder vindt de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig. Verweerder gelooft niet dat eiser biseksueel is en dat hij als gevolg daarvan problemen heeft ondervonden. Verweerder stelt dat eiser geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te onderbouwen met documenten. Eiser heeft een kopie van zijn gestelde opsporingsbevel overgelegd, maar deze is zeer slecht leesbaar en de authenticiteit kan niet worden vastgesteld. Bovendien verklaart eiser niet consistent over zijn pogingen om het originele opsporingsbevel te verkrijgen. Verder vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser verklaart tegenstrijdig en summier over het proces ten aanzien van zijn biseksuele geaardheid en wat zijn geaardheid met hem deed in een maatschappij waar homoseksualiteit verboden is. Gelet op eisers referentiekader mag van eiser verwacht worden dat hij persoonlijker kan verklaren over zijn gevoelens en dat hij daarin meer inzicht kan geven. Eisers verklaringen over de seksuele handelingen die hij rond zijn vijftiende met [persoon 2] zou hebben verricht volgt verweerder niet, omdat eiser deze pas bij de zienswijze naar voren heeft gebracht. Eiser verklaart verder inconsistent en onvoldoende inzichtelijk over zijn gestelde relatie met [persoon 1] en de periode na de betrapping. Tot slot overweegt verweerder dat eisers gestelde problemen als gevolg van de betrapping met [persoon 1] summier zijn.
Gronden van beroep
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat hij voldoende uitgebreid heeft verklaard over het proces van de ontdekking van zijn geaardheid. Vanwege zijn timide aard heeft eiser pas bij zijn advocaat verteld over zijn eerdere ervaring met [persoon 2] . Verweerder heeft bij de beoordeling van zijn verklaringen onvoldoende rekening gehouden met eisers culturele achtergrond. Verweerder heeft met een Westerse bril naar eisers ontdekking van zijn geaardheid gekeken, zonder kennis over hoe een dergelijk proces in een land als Gambia verloopt. Eiser wijst er verder op dat zijn geaardheid niet wordt geaccepteerd in Gambia, wat ondersteund wordt door het opsporingsbevel en de brief van VWN van 3 juni 2025. Verweerder heeft daar onvoldoende rekening mee gehouden. Eiser heeft verder voldoende inzicht gegeven in zijn relatie met en de gevoelens voor [persoon 1] . Eisers vreest dat hij bij terugkeer in Gambia wordt gearresteerd als gevolg van de betrapping met [persoon 1] .
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers gestelde biseksuele geaardheid niet geloofwaardig is. Verweerder heeft in dat verband allereerst kunnen overwegen dat eiser zijn relaas niet met documenten aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder overweegt terecht dat de door eiser overgelegde kopie van zijn opsporingsbevel onvoldoende leesbaar is. Zo is de naam van eiser nauwelijks leesbaar, is niet duidelijk waarvoor eiser zou worden gezocht of van welke datum het bevel is. Verder is onvoldoende gebleken dat eiser oprechte inspanningen heeft geleverd om het origineel of een beter leesbare versie van het opsporingsbevel te bemachtigen, dan wel andere documenten om zijn gestelde problemen in Gambia te onderbouwen. Bovendien heeft verweerder eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet eensluidend heeft verklaard over zijn pogingen om aan het origineel van het opsporingsbevel te komen.
6. Eiser heeft ook met zijn verklaringen niet aannemelijk gemaakt dat hij biseksueel, dan wel homoseksueel is en als gevolg daarvan in Gambia een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Verweerder stelt terecht dat eiser tegenstrijdig verklaart over het proces van de ontdekking van zijn gestelde geaardheid. Zo verklaart hij enerzijds dat hij homoseksueel is geworden, nadat zijn zwangere vriendin abortus pleegde, wat eiser boos maakte. Anderzijds verklaart hij dat hij vanaf zijn vijftiende/zestiende jaar al gevoelens had voor mannen. Verder heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser summier verklaart over het proces van de ontdekking van zijn geaardheid. In de beroepsgronden haalt eiser zijn verklaringen hierover aan in de gehoren [2] , echter eiser maakt hiermee niet duidelijk waarom, anders dan verweerder meent, hij wel voldoende uitgebreid verklaart over het proces van ontdekking. Verder heeft eiser tijdens de gehoren steeds verklaard dat hij met [persoon 1] zijn eerste seksuele ervaring heeft gehad. Deze verklaring rijmt niet met eisers aanvulling in de zienswijze, dat hij met [persoon 2] rond zijn vijftiende gemeenschap zou hebben gehad. Eiser heeft bovendien niet uitgelegd waarom hij niet eerder over zijn gestelde ervaring met [persoon 2] heeft verklaard. Eisers uitleg dat hij na zijn ervaring met [persoon 2] in de war was doet aan het voorgaande niet af, nu eiser voldoende in de gelegenheid is gesteld om te verklaren en er veelvuldig door verweerder is doorgevraagd. Dit geldt ook voor eisers stelling dat hij gesloten is en moeite heeft met verklaren over zijn geaardheid. Verweerder heeft eiser zorgvuldig gehoord en op punten waar eiser summier bleef, doorgevraagd of de vraag anders gesteld. Ook heeft verweerder tijdens de gehoren benadrukt dat hij vrij kan spreken. Eisers beroep op de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch [3] en Roermond [4] leiden niet tot een ander oordeel. Niet is gebleken dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser.
7. Verweerder heeft zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn relatie met Mohamed. Zo heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser summier heeft verteld over [persoon 1] en de ontwikkeling van hun relatie. Ook verklaart eiser niet consistent over de ontwikkeling van zijn gevoel, daar eiser eerst verklaart dat hij [persoon 1] normaal vond toen hij hem voor het eerst zag, terwijl eiser later verklaart dat hij gelijk verliefd was. Dit geldt ook voor eisers verklaringen over het al dan niet voortzetten van zijn gestelde relatie met [persoon 1] nadat zij betrapt werden. Deze overweging van verweerder is door eiser niet betwist in beroep.
8. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van zijn gestelde biseksuele geaardheid problemen heeft ondervonden in Gambia. Niet alleen heeft verweerder ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiser homoseksueel is, ook is gebleken dat eisers gestelde problemen als gevolg van de gestelde betrapping summier zijn. Eiser heeft enkel verklaard dat hij de dag na de betrapping door zijn collega's werd genegeerd, hij telefoontjes ontving en zich bedreigd voelde. Eiser kan echter niet voldoende concretiseren waarom hij zich door deze telefoontjes bedreigd voelde. Ook met het opsporingsbevel, zoals overwogen onder 5, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Gambia te vrezen heeft. Aan een beantwoording van de vraag of in Gambia de wet die homoseksualiteit verbiedt nog wordt gehandhaafd, wordt daarom niet toegekomen.

Conclusie en gevolgen

9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 9 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
2.Eiser heeft op 28 maart 2025 nader gehoor gehad en op 23 april 2025 een aanvullend gehoor.
3.Van 30 januari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:407.
4.Van 20 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8794.