ECLI:NL:RBDHA:2026:15682
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek biseksuele Gambiaanse man wegens onvoldoende bewijs
Eiser, een Gambiaanse man geboren in 1999, vroeg asiel aan in Nederland op grond van zijn biseksualiteit en de vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Gambia.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij biseksueel is en dat hij daardoor in Gambia gevaar loopt. De rechtbank bevestigt dit oordeel na behandeling van het beroep. De rechtbank vindt dat eiser zijn identiteit wel geloofwaardig heeft gesteld, maar zijn verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de gevolgen daarvan in Gambia zijn inconsistent, summier en onvoldoende onderbouwd met documenten.
Eiser kon het opsporingsbevel niet authentiek of leesbaar overleggen en gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn relaties en ervaringen. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn situatie en dat de gestelde problemen in Gambia niet aannemelijk zijn gemaakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 9 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte biseksualiteit en risico bij terugkeer.